zaterdag 29 oktober 2011

Luisa Tetrazzini, Percy Pitt 2 - Donizetti, Mozart (Gramophone, 1907)


Nog twee mooie 78t.platen op het fraaie roze Gramophone Monarch label van de coloratuursopraan Luisa Tetrazzini (1871-1940). We horen eerst de bekende Mad Scene uit Lucia di Lammermoor van Donizetti, met een mooi fluit obligato gespeeld door Albert Fransella. Dan een aria uit La Nozze di Figaro van Mozart.
Vorige Tetrazzini-post heb ik info gegeven over Luisa Tetrazzini, nu info over de andere musici op de platen.
Albert Fransella (1865-1934): Een in Amsterdam geboren fluitist met Italiaanse achtergrond, opgegroeid in Nederland, studeerde bij zijn vader, een eminent fluitist en docent, en bij Jacques de Jong. Op z'n 16e hoorde Brahms hem in Amsterdam spelen en hij voorspelde hem een grote toekomst. Fransella speelde op het allereerste Henry Wood Prom Concert op 10 augustus 1895, maakte zijn eerste opname voor de Gramophone in 1898.  Op deze link is veel te lezen over vroege opnamen op fluit, ik citeer een kort stukje over Fransella:

Titles recorded ten or more times for the American Berliner label before 1900 included three of Stephen Foster’s songs (with My Old Kentucky Home proving the most popular), Sousa’sStars and Stripes Forever, that perennial favourite, Blue Bells of Scotland, and the Intermezzo from Mascagni’s Cavalleria rusticana. British Berliner recordings of flautist Albert Fransella, made by the affiliated Gramophone Company between 1898 and 1901, presented a similar assortment. Fransella (1865-1935), a noted soloist and principal flautist of the Queen’s Hall Orchestra for many years, recorded pieces actually intended for flute, like Wilhelm Popp’s Vogelsang and Ernesto Köhler’s Hirten-Idylle, while the selections he made with his ‘Fransella’s Flute Quartet’ ranged from Foster’s Old Folks at Home and Brightly Dawns Our Wedding Morn from The Mikado, to the Spinnelied from Mendelssohn’s Lieder ohne Worte, Op. 67, no. 4.

Hij speelde o.m. in het Crystal Palace Orchestra, De Scottish Orchestra, en Covent Garden Orchestra.
1895-1919: Queen's Hall Orchestra
1900-1925: Royal Philharmonic Orchestra
Maakte tournees met Emma Albani, Nellie Melba en Luisa Tetrazzini. Gaf fluitles op Guildhall en Trinity Colleges, was een erg succesvol docent.
Hij benam zichzelf in 1934 het leven.

Albert Fransella
Percy Pitt (1870-1932): Engels organist en dirigent. Studeerde aan het conservatorium in Leipzig. 
1906-1915: Royal Opera House, Covent Garden
1915-1920: Beecham Opera Company
1920-1924: artistiek directeur van de British National Opera Company
1924-1926: Covent Garden, eerste dirigent
1926-1930: algemeen muziekdirecteur van de BBC


Luisa Tetrazzini, sopraan; orkest o.l.v. Percy Pitt:

1  Gaetano Donizetti - Lucia di Lammermoor
    Splendon le sacri faci (mad scene)    3:15
    Albert Fransella, fluit obligato
    78t 30 cm: Gramophone Monarch 053144  2176f
    Opname London, 20-12-1907

2  Wolfgang Amadeus Mozart - La nozze di Figaro: Voi che sapete    3:19
    78t 30 cm: Gramophone Monarch 053145  2177f
    Opname London, 20-12-1907

Download mp3

maandag 24 oktober 2011

Nellie Melba (Gramophone "Melba" Record, 1905)

Nellie Melba 'Home Sweet Home' hoes uit 1905

Nellie Melba (Helen Porter Mitchell)(1861-1931): Australische sopraan. Studeerde in Melbourne en Parijs (bij Mathilde Marchesi). Operadebuut in 1887 in La Monnaie, Brussel. Had succes in Parijs en Brussel en werd sinds 1888 de lyrische sopraan van Covent Garden. Berucht is de vete met Luisa Tetrazzini, die een directe bedreiging voor haar vormde in Covent Garden. Debuut Metropolitan in 1893. Maakte een legendarisch aantal "vaarwel"-optredens, delen van haar laatste optreden in 1926 in Covent Garden zijn live opgenomen. Ze gaf zangles aan het Conservatorium in Melbourne.
Melba trouwde in 1882 in Melbourne met Charles Armstrong, ze kregen een zoon George, maar ze gingen al snel uit elkaar, de scheiding werd officieel in 1900 uitgesproken. 
Haar eerste opname was al in 1895: een Bettini wasrol, waar ze helaas erg ontevreden over was en die waarschijnlijk is vernietigd. Ze is live op enkele Mapleson wasrollen te horen (live opera rollen uit de periode 1901-1903, opgenomen in de Metropolitan door James Henry Mapleson).
Michael Scott schrijft in zijn boek The record of singing deel 1 (tot 1914) over Melba: "If Nellie Melba ever wore a kindly smile, no one there seems to have remembered it; the fact is she had other more unforgettable characteristics". 
In het boekje De dirigentenvreter van Leo Boudewijns (Fontein, 1982) staat een aardige anecdote hoeveel moeite men bij de Gramophone and Typewriter moest doen om Melba te verleiden een opname te maken. Camille Saint-Saëns, die zelf graag platen wilde opnemen, werd in het complot gehaald. Tijdens een diner werd in een aangrenzende kamer een nieuwe plaat van Enrico Caruso gedraaid, en Saint-Saëns roemde de plaat als uitvinding, zodat na je dood je toch gehoord kon worden. Dat gaf de doorslag, ook al kwam ze met aparte eisen: de platen moesten worden uitgebracht op een speciaal "Melba" label met mauve kleur en ze moesten een guinea kosten, dus één shilling meer dan de platen van Francesco Tamagno, die een pond kostten...

Een bewijs dat de vroegere operasterren een smartlap niet schuwden wordt hier geleverd, want zo kunnen we het lied van Sir Henry Bishop (1786-1855) , die een enorm aantal lichte opera's componeerde, wel noemen. Hij is overigens ook bekend vanwege het lied Lo, hear the gentle lark.


Sir Henry Bishop: Home sweet home    3:41
Nellie Melba, sopraan; Landon Ronald, piano
78t 30 cm: Gramophone "Melba" 03049  523c
Opname Londen, 05-09-1905


Download mp3

donderdag 20 oktober 2011

Luisa Tetrazzini, Percy Pitt 1 (Gramophone Monarch, 1907)



Voorzover ik weet is er in de blogwereld nog niet zoveel te beleven op het gebied van de historische stemmen uit de opera-  en zangwereld. Daarom begin ik een nieuwe blog waarin de zang centraal staat. Van m'n blog 78 toeren klassiek heb ik alle items waarin zang de hoofdrol vervult, overgeheveld naar deze nieuwe blog, dus alle zang m.b.t. opera, liederen, koorzang e.d. Het accent van deze blog zal in de toekomst meer op de grote stemmen uit het verleden liggen, dus veel opera, maar liederen worden niet geschuwd en zelfs kitsch kan de revue passeren. Operasterren van vroeger bakenden hun terrein niet zo star af als tegenwoordig vaak gebeurt: smartlappen, populaire deuntjes, het werd gezongen en opgenomen, naast de klassieke opera-aria's en liederen. 
Ik begin met een geweldige coloratuursopraan: de legendarische Luisa Tetrazzini (1871-1940).  Had eerst les van haar oudere zuster, Eva Tetrazzini (1862-1938) en aan het Istituto Musicale in Florence. Debuut in 1890. Daarna vooral succes in Italië en Zuid-Amerika. Na een sensationeel debuut in 1907 in Engeland was haar naam gevestigd, ook de V.S. werd veroverd. Na 3 huwelijken, waarbij haar 3e echtgenoot er met haar vermogen vandoor ging, leefde ze haar laatste jaren in armoede. Ze bleef concerten geven tot 1934. Ze schreef twee boeken: My life of song (1921) en How to sing (1925). Ik verwijs voor meer details over haar leven naar de Wikipedia-link bij haar naam. 
Twee mooie enkelzijdige Gramophone Monarch platen uit 1907 met een mooi roze label (de kleur lijkt paars, maar dat ligt aan m'n fototoestel...) en orkestbegeleiding o.l.v. Percy Pitt.


1  Giuseppe Verdi: "Rigoletto": Caro nome    3:47
    78t 30 cm: Gramophone Monarch 053141  2170f
2  Ambroise Thomas: "Mignon": Polonaise - Io son Titania    4:01
    78t 30 cm: Gramophone Monarch 053142  2171f
Luisa Tetrazzini, sopraan; orkest o.l.v. Percy Pitt
Opname London, 20-12-1907

Download mp3

woensdag 12 oktober 2011

Bruno Kittel: Beethoven - Missa Solemnis (Polydor, 1928)


Dit project stond al een tijd op mijn "to do" lijst, maar ik ben er pas onlangs aan toe gekomen. 
Beethoven schreef de Missa Solemnis in de periode 1819-1823, aanvankelijk bedoeld voor de installatie van aartshertog Rudolf tot aartsbisschop in 1820, maar het werk liep enorme vertraging op. Prins Nicolai Galitzin betaalde Beethoven zodat hij het werk kon afmaken, mits de première in Sint Petersburg zou plaatsvinden. Dat gebeurde op 7 april 1824. Een incomplete uitvoering kwam in Wenen tot stand op 7 mei 1824 o.l.v. de componist.

Bruno Kittel kwam eerder aan bod op mijn blog op een Odeon-plaat uit 1936 met Händel. Ik herhaal enkele biografische gegevens:
Bruno Kittel (1870-1948): Duits dirigent en violist. Studeerde in Berlijn, speelde daar in theaterorkesten als violist. 
1901-1907: dirigent van het Koninklijk Theater Orkest van Brandenburg;
1901-1914: richtte het Brandenburg Conservatorium op en was er directeur van.
1902: Oprichting Bruno Kittel Koor. Met dit koor nam hij o.a. de Missa Solemnis van Beethoven (1928), het Requiem van Mozart (1941) en de Matthäus Passion van Bach (1942) op.
1935-1945: directeur van het Stern conservatorium in Berlijn.
In 1936 nam hij de door Richard Strauss gecomponeerde Olympische Hymne op voor de Olympische Spelen in Berlijn. 
Pius Kalt, die op de laatste plaatkant te horen is, was eerder te horen op het prachtige album van Curt Sachs: 2000 Jahre Musik, wat ca.1931 op Parlophon verscheen. 


Ludwig van Beethoven: Missa Solemnis in D op.123
1  Kyrie    11:10
2  Gloria    17:22
3  Credo    22:40
4  Sanctus    17:37
5  Agnus Dei    15:36
Bruno Kittel Choir, Berliner Philharmoniker o.l.v. Bruno Kittel
Solisten: 
Lotte Leonard, sopraan; 
Eleanor Schlosshauer-Reynolds, alt; 
Eugen Transky, tenor; 
Wilhelm Guttmann, bas.
Viool solo in Sanctus: Wilfried Hanke
78t 30 cm: Polydor 95146-56  B 25136-56  
Opname 1928; totale tijd:  1:24:25

6  Ludwig van Beethoven: Die Himmel rühmen des Ewigen Ehre    3:19
Basilica Chor en orkest + orgel o.l.v. Pius Kalt
78t 30 cm: Polydor 95156  B 25157

Download mp3

zondag 9 oktober 2011

Muriel Brunskill, BBC Choir, Stanford Robinson (Columbia, 1932)


Muriel Brunskill (1899-1980): Engelse alt, een van de belangrijkste oratoriumzangeressen van haar generatie. Studeerde bij Blanche Marchesi. Debuut 1920. Zong van 1922-1927 bij de British National Opera Company. Ter gelegenheid van Sir Edward Elgar's 70ste verjaardag zong ze in 1927 voor een BBC uitzending in The music makers en in Sea pictures. Maakte in 1930 een tournee door Canada, in 1931 door de V.S. Zong in 1931 in Amsterdam (The dream of Gerontius van Elgar). Viel met veel succes in 1933 in voor de zieke Nini Giani als Amneris in Aida (Covent Garden). Ze had een lange carrière, deed in 1955-56 nog mee met een tournee naar Australië en Nieuw-Zeeland met muziek van Gilbert en Sullivan.
Muriel Brunskill trouwde in 1925 met de dirigent Robert Ainsworth, die in 1947 stierf. Ze hadden 2 kinderen.
Wat opnamen betreft nam ze alleen op voor Columbia. Ze is o.a. te horen in de 9e symfonie van Beethoven onder Felix Weingartner (1926), in de eerste Messiah van Händel onder Sir Thomas Beecham (1927), in Faust van Gounod onder Clarence Raybould (1930) en in Serenade to music van Vaughan Williams, gedirigeerd door Sir Henry J. Wood (1938).  Dit laatste werk werd op 5 oktober 1938 voor het eerst uitgevoerd met in totaal 16 zangers en zangeressen, w.o. Astra Desmond, ook een leerlinge van Blanche Marchesi (10 dagen later, Op 15 oktober 1938, werd de plaatopname gemaakt). In deze post een oratoriumplaat uit 1932 met de dirigent Stanford Robinson (1904-1984), die van 1924-1966 tot de staf behoorde van de BBC. 


1  Victor Herbert: For all eternity    4:23
2  M. Piccolomini: Ora pro nobis    4:37
Muriel Brunskill, alt; BBC Choir o.l.v. Stanford Robinson; met orgel
78t 30 cm: Columbia DX 388  CAX 6469-1/6470-1
Opname 08-07-1932 in de Central Hall, Westminster

Download mp3

zaterdag 1 oktober 2011

Robert Hutt, Richard Strauss (Grammophon, 1917)


Robert Hutt (1878-1942): Duitse tenor, opgeleid bij Wilhelm Guggenbühler (Karlsruhe) en Julius Kniese (Bayreuther Schule). 
1903: debuut Hoftheater Karlsruhe. Zong daarna achtereenvolgens in Düsseldorf en Frankfurt am Main.
1917-1927: Berliner Hofoper. 
Zong in 1913 in Drury Lane Theatre in Londen onder Sir Thomas Beecham, 1914 in covent Garden. Maakte in 1923 met de German Opera Company een tournee door Noord-Amerika. Hij was met name beroemd als Wagner-tenor.
(gegevens uit K.J. Kutsch en Leo Riemens: Unvergängliche Stimmen).
We horen hier de tenor Robert Hutt met twee liederen van Richard Strauss, op de vleugel begeleid door Richard Strauss zelf.

Richard Strauss

Richard Strauss:
1  Breit über mein Haupt
2  Morgen
Robert Hutt, tenor; am Flügel der Komponist
78t 25 cm: Schallplatte "Grammophon" 62363  
B 2005/6  19248 1/2 L / 19249 L
Opname 1917

Download mp3