maandag 29 december 2014

Light Opera Company: Rose-Marie; No no Nanette (HMV, 1925)


Om het jaar uit te luiden een vrolijke plaat van de Light Opera Company op HMV C 1205 met gems uit 2 musicals: Rose-Marie (1924) en No, no, Nanette (1925).
Het zijn vroeg-elektrische opnamen uit april 1925.
Als we de matrijsnummers van deze Light Opera Company-plaat opzoeken in de DAHR, zien we dat het gezelschap daar genoemd staat als de Victor Light Opera Company.
We kunnen ook zien wie de artiesten zijn, en vinden het volgende rijtje:

Della Baker, sop.
Olive Kline, sop.
Lucy Isabelle Marsh, sop.
Helen Clark, sop.
Elsie Baker, alt
Richard Crooks, ten.
Lambert Murphy, ten.
Royal Dadmun, bar.
Clifford Cairns, bar.
Rosario Bourdon, dirigent.

Extra opvallend is de naam Richard Crooks (26.06.1900 - 29.09.1979), de later zo bekende Amerikaanse tenor, die dus in zijn begintijd in dit gezelschap zong. Hij heeft tussen 1911-1939 opnamen voor Victor en HMV gemaakt.

Olive Kline (1887-1976): sopraan. Op Youtube staat een interview met haar over de vroege Victor-jaren. Ze nam tussen 1906-1930 veel platen voor Victor op.

Della Baker, sopraan: Nam tussen 1911-1931 voor Victor op.

Lucy Isabelle Marsh (10.04.1878 - 20.01.1956): Amerikaanse lyrische sopraan. Nam op voor Columbia (1907-1908) en Victor (1905 - 1931) (zie DAHR) . Ze  maakte ook opnamen onder het pseudoniem Anna Howard en zong o.a. mee in de Victor Opera Company, Victor Oratoria Chorus en het Trinity Choir. Ze heeft mooie duetten opgenomen met de beroemde tenor John McCormack (1913-1914).

Elsie Baker (13.07.1883 - 16.08.1971): Amerikaanse zangeres en actrice. Zong soms onder het pseudoniem Edna Brown. Nam veel op voor Victor in de periode 1906-1931.

Lambert Murphy (1885-1954): Amerikaanse tenor. 

Clifford Cairns: maakte opnamen voor Victor tussen 1905-1926.

Rosario Bourdon (06.03.1885 - 24.04.1961): Frans-Canadese violist, cellist, dirigent, arrangeur en componist. Maakte in 1905 zijn eerste opnamen (als cellist) voor Victor. Van 1909-1931 kwam hij in dienst als cellist, begeleider van solisten, dirigent van o.m. Victor Concert Orchestra, Victor Symphony Orchestra, en soms het Victor Salon Orchestra en Sousa's Band. Hij maakte duizenden opnamen, werd in 1920 bevorderd tot musical co-director, samen met Josef Pasternack (1881-1940). 



1  Gems from "Rose-Marie"    4:14
    (Rudolf Friml, Herbert Stothart comp.; Otto Harbach, Oscar 
    Hammerstein II, txt)
    Totem Tom Tom
    Rose Marie
    Indian Love call
    Door of her dreams

2  Gems from "No no Nanette"    4:09
    (Vincent Youmans, comp.; Irving Caesar + Otto Herbach, txt)
    No, no Nanette
    I want to be happy
    You can dance with any girl at all
    Tea for two

78t 30 cm: HMV C 1205  (2-04544/5)  A32195-7; A32521-4
Opname 1: Camden, New Jersey 16-04-1925
Opname 2: Camden, New Jersey 17-04-1925

Download mp3   

vrijdag 26 december 2014

Sam Englander: Koor Groote Synagoge, Amsterdam (HMV, 1929)


Sam (Samuel Henri) Englander (Amsterdam, 26.09.1896 - Sobibor, 11.06.1943): zong als jongen van 14 in de synagoge in de Rapenburgstraat, onder leiding van Victor Schlesinger. Op zijn 15e was hij voorzanger en leider van het kinderkoor van de vereniging Sjangarei Tsion. Daarna kwam de Grote Synagoge, Sam was daar tweede dirigent en werd in 1916 eerste dirigent van het koor. Ook na zijn aanstelling bleef hij zich scholen bij Israel J. Olman, Bertha van Ancum, Frederik Roeske, Rosa Schönberg en Hermann Schey.
In iets grotere bezetting werd het koor "Het Amsterdamsch Joodsch Koor" genoemd.
Koningin Wilhelmina bracht in 1924 een bezoek aan het koor en was zeer lovend. In 1928 won het koor in Londen een wedstrijd, uitgeschreven door The Jewish Chronicle.
In 1921 werd het 250-jarig bestaan van de Grote Synagoge gevierd, uiteraard met het koor. Hij werd in dat jaar ook dirigent van het niet-Joodse koor "Kunst en Strijd". In 1926 werd zijn 12,5 jarig jubileum als dirigent gevierd in het Concertgebouw. Ook international trad het koor op: 1931 in Düsseldorf, 1934 in Antwerpen, en er werd voor de radio opgetreden.
Hij is in 1921 getrouwd met Judith Biet, ze kregen 3 kinderen. 
In de oorlog werd het gezin gedeporteerd naar Sobibor en in juni 1943 door de Nazi's vermoord.

Uit het boek His Master's Voice/De Stem van zijn Meester: The Dutch Catalogue (Alan Kelly, Jacques Klöters) is te zien dat Sam Englander met zijn koor op 16-10-1929 8 titels heeft opgenomen, die op 4 platen zijn uitgebracht, 2 25 cm en 2 30 cm platen. Ik weet niet of Englander na 1929 nog platen heeft opgenomen: helaas gaat de catalogus tot 1929.


Nr
Matrijs
Titel
Code op label
Bestelnr.
1
BD 8820-1/2
Victor Schlesinger: Adoshem Moloch
30-2351
B 4818
2
BD 8821-1/2
Aw horachmim (arr. Englander) + bar. solo
30-2349
B 4817
3
BD 8822-1/2
Hamawdil (arr. Englander)
30-2352
B 4818
4
BD 8823-1/2
Freitag oif der Nacht (Englander)
30-2350
B 4817
5
CD 8824-1/2
Was wet sain as Moschiach wet kummen (arr. Englander) solo M. Gobets
32-1106
C 4863
6
CD 8825-1/2
L. Lewandowski: Zocharti loch. Solo J. Rabbie
32-1107
C 4863
7
CD 8826-1/2
A. Berlijn: Halaloejoh
32-1104
C 4864
8
CD 8827-1/2
Haleil: Ohawti kie Jischmag (arr. Englander)
32-1105
C 4864



1  A. Berlijn: Halaloejoh (Psalm 105)    4:13   
    solo door M. & N. Gobets
2  Haleil, arr. S.H. Englander: Ohawtie    4:12
Koor der Groote Synagoge, Amsterdam
Directeur: S.H. Englander
78t 30 cm: HMV C 4862  (32-1104/5)   CD8826-2/8827-2
Opname 16-10-1929

Download mp3

zaterdag 20 december 2014

Domchor Berlin, Hugo Rüdel (HMV, 1926)


Vanwege de naderende kerst twee opnamen van het Domchor te Berlijn o.l.v. Hugo Rüdel.
Hugo Rüdel (Havelberg/Mark, 07.02.1868 - Berlijn, 27.11.1934): Duits koordirigent. Opleiding Hochschule für Musik in Berlijn. Hij werd hoornspeler in het orkest van de Königliche Opera Berlijn, sinds 1901 directeur van het operakoor. Hij werd koordirigent van de Bayreuther Festspiele (1906), was van 1910-1933 directeur van het Staats- und Domchor Berlin, een jongenskoor dat in 1843 werd opgericht. Ook was hij dirigent van de Lehrergesangverein in Berlijn.
Van de CHARM database leren we dat hij al plaatopnamen heeft gemaakt in de periode 1907-1912 voor Odeon met het koor van de Königliche Hofoper van Berlijn.
Van Hugo Rüdel heb ik eerder een post gedaan op mijn blog.

1  Stille Nacht (Franz Gruber)    3:23
2  Wiegenlied der Hirten (Heinrich Reimann)    4:10
Domchor o.l.v. Hugo Rüdel
78t 30 cm: HMV EH 14   (4-044752/3)  CW 230-1/231-1
Opname 21-08-1926

Download mp3

zaterdag 6 december 2014

Antonio Rocca; Renzo Minolfi (Victor, 1908; 1906)


Antonio Rocca (Torino, 1876 - ?): Italiaanse tenor.
1908: debuut als Gérald (Lakmé) in Théâtre Gaité-Lyrique, Parijs.
Gastoptredens in Italië.
1910: zong de rol van Pinkerton in Madame Butterfly in Teatro Ponchielli, Cremona
Op het label staat genoemd dat hij tenor was bij de Opéra-Comique, Parijs.
Deze opname zie ik niet in de databases staan, zelfs niet in de DAHR.  De plaat staat wel in een andere database genoemd - daar staat als opnamedatum 1908 vermeld.

Renzo Minolfi (Palermo, 1877 - Milaan, 25.01.1943): Italiaanse bariton. Hij zong voornamelijk in de grotere Italiaanse provinciesteden. Zijn grootste rol: Don Carlo in La forza del destino, een rol die hij o.a. in Parma, Bergamo, Venetië en Genua zong. Na zijn zangcarrière werd hij impresario voor zangers in Milaan.
Nam op voor Odeon (1905), G&T (1905-1907), en Pathé (ca. 1908).



1  Léo Delibes - "Lakmé": Fantasies aux divins mensonges    3:12
    Antonio Rocca, tenor (+ orkest)
    78t 25 cm: Victor 16573-A  5975h
    Opname 1908

2  Giuseppe Verdi - "Rigoletto": Cortigiani, vil razzadannata!    2:32
    Renzo Minolfi, bariton (+ orkest)
    78t 25 cm: Victor 16573-B   9353½b
    Opname Milaan, november 1906


Antonio Rocca

Download mp3

vrijdag 28 november 2014

Francesco Cigada, Aristodemo Sillich, Angela de Angelis, Amelia Codolini (Victor, 1905/1906)


Francesco Cigada (Bergamo, 03,10,1878 - Caprino Bergamasco, 06.08.1966): Italiaanse bariton. Studeerde in Milaan bij Vincenzo Sabatini (waar ook John Mc Cormack bij studeerde).
1900: debuut in Triest
1903: Rio de Janeiro
1904: Milaan, Teatro dal Verme
1906 en daarna: grote successen in Rome, Teatro Constanzi
1914: wereldpremière van Francesca da Rimini (Zandonai) in Turijn; zong gastrollen in Londen en Parijs 
Verdere gastrollen in Madrid, Barcelona, Rio de Janeiro, Santiago de Chile en Havanna.
1919-1920: veel succes in Teatro Colón, Buenos Aires
1924: laatste optreden in Bergamo
Na de dood van zijn 21-jarige dochter beëindigde hij zijn carrière en leefde teruggetrokken in zijn villa in Bergamo.
Hij heeft 79 uitgebrachte G&T's in de periode 1905-1908 opgenomen, waar onder de comlete I Pagliacci (1907) en Chatterton (1908) van Leoncavallo, waarschijnlijk gedirigeerd door de componist.
In 1915 beëindigde hij zijn carrière.


Francesco Cigada

Aristodemo Sillich (Triest, 1858 - ca.1943?): Italiaanse bas. Had les van H. Friedrich (Triest)
1876: debuut in Teatro Verdi, Triest. 
1888: oer-uitvoering van Nestorio (Gallignani) in La Scala, Milaan
Hij trad in veel Italiaanse theaters op, maar reisde ook met een Italiaans operagezelschap naar Polen en Rusland, waar hij in Warschau in de periode 1890-1903 zong.
Na 1903 keerde hij terug naar Triest.
1915: beëindigde zijn zangcarrière.
Hij zong mee in ca. 23 titels, opgenomen op G&T in 1906-1907.

Angela de Angelis, sopraan. De enige info die ik heb kunnen vinden is dat haar debuut plaats vond in 1902 als Paulina in Poliuto (Donizetti) in Teatro Garibaldi (Santa Maria Capua Vetere). Ze trok zich terug in 1919 en wijdde zich daarna aan het lesgeven.

Over de sopraan Amelia Codolini heb ik geen informatie kunnen vinden.



1  Verdi - "Il Trovatore": Vivra contende il giubilo    2:19
    Angela de Angelis, sopraan
    Francesco Cigada, bariton
    78t 25 cm: Victor 16811-A   7319½b
    Opname Milaan, okt.? 1905

2  Giacomo Meyerbeer - "L'Africana": Adamastor Re dell' onde    3:09
    Francesco Cigada, bariton
    78t 25 cm: Victor 62407-A   8097½b
    Opname Milaan, mei 1906

3  Gaetano Donizetti - "La Favorita": Ah! Paventa il furore    2:49
    Amelia Codolini, sopraan
    Francesco Cigada, bariton
    Aristodemo Sillich, bas
    78t 25 cm: Victor 52457   9436b
    Opname Milaan, okt./nov. 1906



Download mp3

zaterdag 22 november 2014

Lucy Gates (Columbia, 1918, 1921)

Lucy Gates aan het typen

Tijd voor enkele sentimental songs, goed pasend bij de tijd van het jaar. In dit geval gezongen door de Amerikaanse sopraan Emma Lucy Gates Bowen (1882-1951). Ze was de kleindochter van Brigham Young, president van de Church of Jesus Christ of Latter-day Saints
1898: reisde naar Göttingen om daar te studeren.
1899: studeerde aan de Akademie der Künste in Berlijn, had daarna privéles bij Blanche Corelli. 
1909: contract bij Königliches Opernhaus Berlin (het latere Staatsoper Unter den Linden)
1911: Kassel
1915: Lucy stichtte samen met haar broer Brigham Cecil Gates de Lucy Gates Grand Opera Company.
1916: Lucy trouwde met de weduwnaar Albert E. Bowen.
1937: Albert werd benoemd als lid van de Quorum of the Twelve, een belangrijk bestuursorgaan in de Church of Jesus Christ of Latter-day Saints. Rond deze tijd minimaliseerde Lucy haar optredens. Ze gaf nog wel zangles. 
1948: laatste optreden van Lucy Gates Bowen.
Ze maakte in de periode 1916-1923 opnamen voor Columbia.
Het Stellar Quartette bestond bij deze opnamen uit Charles Harrison, tenor; Reed Miller, tenor; Andrea Sarto, bariton en Frank Croxton, bas.



Lucy Gates, sopraan:

1  My old Kentucky home (Stephen C. Foster)    4:21
    + Columbia Stellar Quartette
    Opname New York, 14.03.1918
2  Darling Nelly Gray (Hanby)    4:28
    Opname New York, 01.05.1918
    78t 30 cm: Columbia A 6059   49341 / 49398-3

3  Michael William Balfe - "The Bohemian girl": 
    I dreamt that I dwelt in marble halls    3:34
4  The last rose of summer    3:40
    78t 30 cm: Columbia A 6186   49955-3 / 4956-1
    Opname New York, ca. 18.02.1921



Download mp3

zaterdag 8 november 2014

Léon Beyle - "Faust" (DPG, 1908)


Léon Beyle (Lyon, 28.02.1871 - Lyon, 17.07.1922): Franse tenor. Studeerde aan conservatoria van Lyon en Parijs. 
1897: debuut Grand Opéra, Parijs als Don Ottavio (Don Giovanni, Mozart)
1898-1914: eerste tenor bij de Opéra-Comique in Parijs.
1903: groot succes in "Werther" (Massenet). 
1910: Viel in voor een zieke Caruso bij een bezoek van de Metropolitan-cast aan Parijs, waar hij zong samen met Geraldine Farrar en Antonio Scotti (in "Tosca", Puccini).
Zong in een aantal eerste uitvoeringen van opera's, o.a.:
1901: Gabriel Pierné: la fille de Tabarin", met o.a. Mary Garden;
1904: Henri Rabaud: "La fille de Roland", met o.a. Hector Dufranne
1906: Camille Erlanger: "Aphrodite", met o.a. Mary Garden
1912: Sylvio Lazzari: "La Lépreuse", met Marie Delna en Yvonne Brohly.
Zong veel gastrollen in Franstalige operatheaters. 
Werd later docent zang, in Parijs en daarna in Lyon. Zijn broer Gaston was directeur van de Opera in Lyon.

Op mijn blog staan 3 opnamen van Léon Beyle uit 1907, samen met Hector Dufranne.
Op mijn blog LP's opera & klassiek (78rpm) staat een LP van het label Discophilia met opnamen van Léon Beyle uit de periode 1904-1913.



Charles Gounod - "Faust":
1  En vain j'interroge    2:59
2  Salut o mon dernier matin (+ koor)    3:13
Léon Beyle, tenor, met orkestbegeleiding
78t 25 cm: Disque Pour Gramophone GC-3-32790/7
5593h / 562h
Opname Parijs, 1908

Download mp3

donderdag 30 oktober 2014

Alma Gluck 3, Efrem Zimbalist: HMV (1916)

Alma Gluck en Efrem Zimbalist

Vandaag kreeg ik als cadeautje van een lieve vriendin een stapeltje 78 toerenplaten. Daar zat o.a. een enkelzijdige plaat bij, waarop het echtpaar Alma Gluck, sopraan en Efrem Zimbalist, viool, te horen is in een sentimenteel lied dat in 1916 opgenomen is.
Eerdere opnamen van Alma Gluck op mijn blog kun je hier vinden.

Alma Gluck (Iasi, 11.05.1884 - New York, 27.10.1938): In Roemenië geboren sopraan van Joodse afkomst, eigenlijke naam Reba Feinsohn. In 1890 verhuisde het gezin naar Amerika. Ze had 3 jaar les van Arturo Buzzi-Peccia, die voor haar een contract bij de Metropolitan wist te bewerkstelligen. Daar bleef ze 3 jaar, maar koos toen door te gaan als concertzangeres. Alma studeerde daarna achtereenrvolgens bij Jean de Reszke en Marcella Sembrich. 
Ze had een buitengewoon succesvolle carrière als zangeres, zowel in de concertzaal als op de plaat. Ook samen met haar man, de violist Efrem Zimbalist, nam ze platen op, tot haar stem rond ca. 1920 achteruit ging. Haar plaat "Carry me back to Old Virginny" verkocht, als eerste Victor Red Seal plaat, meer dan een miljoen exemplaren.
Haar dochter Abigail was de beroemde schrijfster Marcia Davenport. Haar zoon Efrem Zimbalist Jr. werd een beroemd acteur, schrijver en regisseur.

Efrem Zimbalist (Rostov-on-Don 21.04.1890 - Reno, 22.02.1985): Russisch violist, componist, leraar, dirigent en directeur van het Curtis Institute of Music in Philadelphia. Hij groeide op in een Joods gezin. Zijn vader Aaron was dirigent van het opera-orkest van Rostov, en op z'n 9e speelde hij bij de eerste violen in dat orkest. Vanaf z'n 12e (1901)studeerde hij aan het conservatorium van St. Petersburg bij de beroemde vioolpedagoog Leopold Auer (1845-1930), de leraar van o.a. Mischa Elman, Jascha Heifetz, Nathan Milstein, Kathleen Parlow enToscha Seidel. 
1907: Efrem slaagde voor het conservatorium. Debuut in Berlijn en Londen.
1911: debuut in Amerika, bij het Boston Symphony Orchestra
1914: huwelijk met Alma Gluck
1928: begon les te geven aan het Curtis Institute of Music.
1941-1968: directeur van het Curtis Institute of Music.
1943: 2e huwelijk, 5 jaar na het overlijden van Alma Gluck in 1938, met Mary Louis Curtis Bok, de weduwe van Edward W. Bok, de stichter van het Curtis Institute of Music.


Sing me to sleep (Greene)    4:25
Alma Gluck, sopraan; Efrem Zimbalist, viool obbligato
Rosario Bourdon, piano (niet vermeld op het etiket)
78t 30 cm: HMV 03555  A17834-3
Opname Camden, New Jersey, 10-06-1916

Download mp3

vrijdag 24 oktober 2014

Maria Gay, alt (Columbia A 5280; 1911)

Maria Gay als Carmen (1909)

Maria Gay (Barcelona, 13.06.1879 - New York, 20.07.1943): Catalaanse operazangeres. Eigenlijke naam Maria de Lourdes Lucia Antonia Pichot Gironés. Wilde aanvankelijk beeldhouwster worden. Autodidact op het gebied van zang.
1897: trouwde met de Catalaanse componist Joan Gay i Planella.
1902: debuut in Brussel als Carmen, met veel succes. Studeerde bij sopraan Ada Adini (Parijs). Grote successen op podia in Frankrijk en Italië.  
Vanaf 1906 gastrollen in Covent Garden, Londen (debuut opnieuw als Carmen).
1906: debuut in La Scala, Milaan, waar ze tenor Giovanni Zenatello ontmoette. Ze leefden sindsdien samen, ook al waren ze vermoedelijk niet getrouwd (legaal was ze waarschijnlijk nog getrouwd met haar eerste man tot diens dood in 1927). 
1907: Maria zong een succesvolle Orpheus (Gluck) onder Toscanini.
1908-1909: Metropolitan New York, debuut als Carmen, naast Geraldine Farrar en Enrico Caruso.
1910-1912: Boston Opera Company, ook als Carmen.
1913: Verona: als Amneris (Aïda)
1914: Verona: Carmen
1913-1927: Opera van Chicago. Ook veel gastrollen in Spanje, Italië en Zuid-Amerika.
Gaf na afloop van haar zangcarrière zangles in New York, o.a. aan Hilde Reggiani.
Zij en Zenatello ontdekten Lily Pons, en bemiddelden ook bij het eerste sensationele optreden van Maria Callas in 1947 in de Arena van Verona.
Maria Gay heeft platen opgenomen voor HMV en Columbia.



Camille Saint-Saëns - "Samson et Dalila":
1  Mon coeur s'ouvre à ta voix    3:43
2  Printemps qui commence    4:12
Maria Gay, alt
78t 30 cm: Columbia A 5280   30664/9
Opname 1911

Download mp3

dinsdag 7 oktober 2014

Luisa Tetrazzini 3: Donizetti (Zonophone, 1904)


In deze post een zeldzame plaat van de coloratuursopraan Luisa Tetrazzini uit haar eerste opnamesessie in 1904 in New York voor het label Zon-o-Phone. 
Kijk hier voor twee eerdere posts op mijn blog met 4 mooie Gramophone Monarch-opnamen uit 1907, opgenomen in Londen.

Luisa Tetrazzini (Florence, 28.06.1871 - Milaan, 28.04.1940): Had eerst les van haar oudere zuster, Eva Tetrazzini (1862-1938) en aan het Istituto Musicale in Florence (bij Contrucci en Seccherini). 
1890: Debuut in Florence in Teatro Pagliano als Inès in L'Africana. Zong daarna in provinciale theaters in Italië, Zuid-Amerika en Rusland.
1904: zong in San Francisco. Nam op 8 september 1904 haar eerste platen op voor Zonophone.
1907-1912: Covent Garden, sensationeel debuut in 1907. Werd een wereldster.
1908-1910: Manhattan Opera
1910: gaf een gratis concert in San Francisco voor 250.000 mensen
1911-1912: Metropolitan Opera (8 voorstellingen)
Zong in Chicago, Boston en Philadelphia.
Tijdens de eerste wereldoorlog keerde ze terug naar Italië en trad op voor de troepen. Daarna gaf ze recitals, m.n. in Engeland en de Verenigde Staten, tot ze zich terugtrok van het concertpodium in 1934 na een laatste concert in Londen.
Vervolgens ging ze lesgeven in Rome en Milaan. Ze leefde haar laatste jaren in relatieve armoede en met een slechte gezondheid. Een gevleugelde uitspraak van haar: "I am old, I am fat, but I am still Tetrazzini".
Luisa schreef twee boeken: My life of song (1921) en How to sing (1925). 
Ze vocht tijdens haar carrière een hevige vete uit met haar rivale Nellie Melba (m.n. in Londen), maar ze kon over het algemeen prima opschieten met haar collega's, zoals Enrico Caruso en Frieda Hempel. Een van de grootste sopranen uit de 19e eeuw, Adelina Patti, was een bewonderaar van Tetrazzini.

Op Youtube kunnen we haar zien en horen meezingen terwijl een 78t.plaat van Enrico Caruso uit 1917 wordt gedraaid! Het enige stukje film (uit 1932) wat van Luisa Tetrazzini bewaard gebleven is.
Een recensie van een biografie, geschreven door Charles Neilson Gattey, is hier te lezen ("Luisa Tetrazzini: the Florentine nightingale", 2003).
En tot slot is hier het verhaal te lezen van het gratis optreden op kerstavond in San Francisco in 1910, als gevolg van een juridische strijd met impresario Oscar Hammerstein, waar naar verluid 250.000 mensen op af kwamen.

Waarschijnlijk is de pianist op de Zonophone-opname Giulio Rossi, Luisa's toenmalige vriend, een zanger (bas).



Gaetano Donizetti - "Lucia di Lammermoor": Splendon le sacre faci    3:22
Luisa Tetrazzini, sopraan (+ piano)
78t 27 cm: Zonophone 10000  3515
Opname New York, 08-09-1904

Download mp3

donderdag 25 september 2014

Giovanni Martinelli: HMV DK 120

Giovanni Martinelli

Giovanni Martinelli (Montagnana, 22.10.1885 - New York, 02.02.1969): Italiaanse tenor. Speelde klarinet in een militaire band. Had zangles bij Giuseppe Mandolini (Milaan).
1910: Debuut Teatro dal Verme, Milaan, in Ernani (Verdi).
1913-1945: Metropolitan Opera New York.
Tussen 1926 en 1930 nam hij 7 korte films op, waarin hij als zanger te zien is ( Zie IMDB).

Marcel Journet (Grasse, 25.07.1868 - Vittel, 07.09.1933): Franse bas. Opgeleid aan het conservatorium van Parijs (Obet en Seghettini als docenten).
1891: debuut in Montpellier
1894-1900: Théâtre de la Monnaye, Brussel
1897-1908; 1927-1928: gastrollen in Covent Garden, London
1900-1908: Metropolitan Opera New York
Zong verder bij beide Parijse opera's, in Monte Carlo, Scala Milaan, Verona, Chicago
Een lange carrière van ca. 40 jaar, waarin hij veel successen kende.

Van de bariton Giuseppe de Luca (Rome, 25.12.1878 - New York, 26.07.1950) heb ik een opname uit 1916, een aria uit Ernani, op mijn blog staan. Daar staat ook een korte biografie.

José Mardones (Fontecha, 14.08.1869 - Madrid, 04.05.1932): Spaanse bas. Opgeleid Koninklijk Conservatorium Madrid.
1891: zong in Teatro de la Opera in Buenos Aires, en in Rio de Janeiro
1909-1910 en 1913-1916: Boston Opera
1917-1926: Metropolitan Opera New York
Keerde in 1926 naar Spanje terug.


Gioacchino Rossini - "Guglielmo Tell":
1  Ah Mathilde, io t'amo e amore    4:20
    Giovanni Martinelli, tenor; Marcel Journet, bas
    Orkest o.l.v. Josef Pasternack
    Opname 26-01.1917 Camden, New Jersey
2  Troncar suoi di quell'empio    4:07
    Giovanni Martinelli, tenor; Giuseppe de Luca, bariton; José Mardones, bas
    Orkest o.l.v. Nathaniel Shilkret
    Opname 23-01-1923 Camden, New Jersey
78t 30 cm: HMV DK 120  (2-054068 / 2-054130)   A19136-2 / A27392-4

Download mp3

zaterdag 13 september 2014

Irene Eisinger (Supraphoon, 1929)



Ik was weer eens op bezoek in een van de kringloopwinkels bij mij uit de buurt, en daar kwam ik deze mooie 78t.plaat tegen.


Irene Eisinger (Cosel, 08.12.1903 - Weston-Super-Mare, Somerset, 08.04.1994): Duitse sopraan. Studeerde zang, piano en acteren. 
1926: Debuut in Stadttheater Basel
1928-1931: Kroll-Oper Berlijn
1930-1931: gastrollen bij de Wiener Staatsoper
1930-1933: Salzburger Festspiele, m.n. rollen in Mozart-opera's
1932-1933: Staatsoper Berlin, moest als Joodse in 1933 vertrekken
1933-1937: Deutsches Theater Praag; gastrollen in Brussel en Amsterdam
1934-1939: Glyndebourne Festival
1937: Gastrol bij Covent Garden en Glyndebourne Festival
Woonde sinds 1938 in Engeland, trad ook regelmatig voor de radio op.
Irene Eisinger is ook in diverse (operette)films te zien: o.a.
1926 en 1931: Die Försterchristl (Friedrich Zelnick), een zwijgende film; gezongen remake in 1931;
1930: Zwei Herzen in Dreiviertel-takt (Géza von Bolváry) rol: Anni Lohmeier
1931: Die lustige Weiber von Wien (Géza von Bolváry) rol: Leopoldine
Op Youtube vinden we enkele filmfragmenten:
Das Lied von Vater en Ich liebe nur einen (uit Die lustige Weiber von Wien)
Der Fürst der Berge (1932, gedirigeerd door Franz Lehár, met Michael Bohnen)
Ze nam platen op voor Ultraphon en HMV, w.o. een (bijna) complete Cosi fan Tutte van Mozart uit Glyndebourne o.l.v. Fritz Busch (1935).



Wolfgang Amadeus Mozart - "Figaros Hochzeit":
1  O säume länger nicht    4:36
2  Komm näher, knie hin vor mir    2:50
Irene Eisinger, sopraan
Mitglieder des Orchesters der Staatsoper, Berlin; Selmar Meyrowitz, dirigent
78t 30 cm: Supraphoon B 0101   30138/9
Opname 05-09-1929

Download mp3

zaterdag 6 september 2014

Clara Clairbert (Polydor)


Clara Clairbert (Saint Gilles, 21.02.1899 - Brussel, 16.08.1970): eigenlijke naam Clara Pierre Impens. Belgische coloratuursopraan. Het gezin vertrok aan het begin van de eerste wereldoorlog naar Frankrijk, Le Havre. Clara studeerde in Anderlecht.
Debuut in Théâtre Royal de La Monnaie (Brussel) in 1924 als Musette (La Bohème). Ze vierde bij dit theater ca. 30 jaar grote triomfen. 
1930: zong in de feest-uitvoering van Muette de Portici (Auber), de opera die in 1830 het startsein werd van de onafhankelijkheid van België.
1931: zong in San Francisco en Los Angeles, o.a. samen met Beniamino Gigli.
Veel gastrollen, o.a. in Parijs, Monte Carlo en Boekarest.
1953: trok zich terug van het operapodium en gaf individueel zangles.
Ze heeft ongeveer 26 uitgebrachte opnamen gemaakt voor het label Polydor in de periode ca.1928-1932.
Een mooie, prettige stem waar ik graag naar luister.

Sir Julius Benedict (Stuttgart, 27.11.1804 - Londen, 05.06.1885): Componist en dirigent. Woonde vanaf 1835 in Londen.
1838-1850: dirigent van de English Opera (Theatre Royal, Drury Lane)
1850-1851: tournee door Amerika met de beroemde zangeres Jenny Lind (1820-1887), waarbij hij pianist, dirigent en arrangeur was.
1851: Benedict ging terug naar Londen vanwege een uitnodiging om dirigent te worden van Her Majesty's Theatre, Drury Lane en de Harmonic Union.
Zijn bekendste opera is The Lily of Killarney. De operette The brides of Venice werd geschreven in 1843 en voor het eerst uitgevoerd in 1844 in Drury Lane, onder leiding van de componist.
Hij werd geridderd in 1871.



Clara Clairbert, sopraan:
    
1  Jules Massenet - "Manon": Voyons, Manon    4:16
2  Jules Massenet - "Manon": Fabliau    3:52
    Orkest o.l.v. Manfred Gurlitt
    78t 30 cm: Polydor 66917   845 / 846 BI1
    Opname 1929



3  Gaetano Donizetti - "Lucia di Lammermoor": Air de la folie    5:00
4  Gaetano Donizetti - "La fille du régiment": Salut à la France    4:47
    Orkest o.l.v. Julius Prüwer
    78t 30 cm: Polydor 66921  (B 24074/5)   852 / 854 BI1
    Opname 1929



5  Julius Benedict: Le Carnaval de Vénise    7:23

    Orkest o.l.v. Albert Wolff
    78t 30 cm: Polydor 566155   2178/9 BMP
    Opname Parijs, 1932

Download mp3