vrijdag 28 februari 2014

Antonio Paoli e.a.: Leoncavallo, Verdi (1907, 1909)

Antonio Paoli

Drie opnamen in deze post met de tenor Antonio Paoli en anderen.
Antonio Paoli (eigenlijke naam Eremogene Imleghi Bascaran) (Ponce, 14.04.1871 - San Juan, 24.08.1946): Puerto Ricaanse tenor. Kwam op z'n 12e naar Spanje, kon met een stipendium van de Spaanse koningin Maria Christina zijn zangstudie in Italië (Milaan) voltooien. 
1899: debuut in Grand Opéra, Parijs als Arnold (Wilhelm Tell, Rossini). Daarna successen in Italiaanse theaters.
1902: reis met operagezelschap van Pietro Mascagni naar Amerika en Canada
Zong tussen 1900-1914 in Europa, Noord- en Zuid Amerika, Caraïben, Afrika en Azië.
Raakte zijn vermogen en zijn stem kwijt, verdiende ten tijde van de 1e wereldoorlog als professioneel bokser zijn brood. Het lukte hem door oefening zijn stem terug te winnen en opnieuw was hij vanaf 1917 zeer succesvol in Europa en Noord- en Zuid-Amerika. Vanaf 1927 was hij zangdocent bij de zangschool van zijn zuster, in San Juan. Zijn laatste optreden was ook in San Juan, als Otello. Hij stierf in 1946 aan prostaatkanker.
Alleen in de periode 1907-1911 heeft Antonio plaatopnamen gemaakt, alle voor de Gramophone (G&T, HMV), w.o. een complete I Pagliacci o.l.v. Carlo Sabajno, maar onder supervisie van Leoncavallo, in 1907.
Zeer goede tenor. Kennelijk voelde zelfs Caruso zich door hem bedreigd, want Caruso verhinderde dat Paoli kon optreden in de Metropolitan.
Lees een uitgebreide biografie op Wikipedia.

Francesco Cigada (03.10.1878 - 06.08.1966): Italiaanse bariton. Studeerde in Milaan bij Caprino Sabatini. 
1900: Debuut in Triest.
Zong in Rio de Janeiro (1903), Milaan, Teatro dal Verme (1904), Rome (1906), Turijn, in oer-opvoering van Francesca da Rimini (Zandonai, 1914), Londen (1914), Parijs (1914), Madrid, Barcelona, Santiago de Chile en Havanna. Veel succes in Teatro Colón, Buenos Aires in 1919-1920. Trok zich in 1924 terug omdat zijn dochter van 21 gestorven was.
In de periode 1905-1908 heeft hij voor G&T / Gramophone ca. 79 uitgebrachte opnamen gemaakt, w.o. de complete I Pagliacci uit 1907 o.l.v. Carlo Sabajno.

Antonio Pini-Corsi (12.06.1859 - Milaan, 21.04.1918): Italiaanse bariton. 
1878: Debuut als Dandini (La cenerentola). Na in Italiaanse operatheaters gezongen te hebben volgde in 1892 zijn debuut in La Scala, Milaan in een première: de herziene versie van Cristoforo Colombo (Alberto Franchetti). Een grote internationale carrière volgde, waarin hij meedeed aan een groot aantal andere premières, o.a. de laatste opera van Verdi, Falstaff (als Ford), La Bohème (Puccini, als Schaunard) in Torino, Siberia (Giordano, 1903), La figlia di lorio (Franchetti, 1906), 
1899-1901 en 1909-1914: Metropolitan New York, incl. nieuwe premières: de monnik in Cyrano (Walter Damrosch), Happy in La fanciulla del West (Puccini, 1910), herbergier in Königskinder (Humperdinck, 1910), Mauprat in Madeline (Herbert), Pantalone in Le donne curiose (Wolf-Ferrari, 1912), Crisogono in Germania (Franchetti, 1912)  Hij keerde in 1914 naar Italië terug, gaf in 1917 zijn laatste opera-optreden.
Opnamen voor G&T (1903; 1905-1907), Columbia (ca. 1904), Pathé (ca. 1905; ca. 1912), Odeon (ca. 1905), Gramophone (1909), met elkaar ca. 75 uitgebrachte opnamen.


Andrés de Segurola met Maria Alba in La fuerza del querer (1930)

Andrés de Segurola (eigenlijke naam Graaf Andrés Perelló de Segurola) (Valencia, 27.03.1874 - Barcelona, 23.01.1953): Spaanse bas. 
1901-1920: Zong bij de Metropolitan New York.
Trad ook veel in films op, o.a. The love of Sunya (1927, regisseur Albert Parker, met o.a. Gloria Swanson), The cardboard lover (1928, regisseur Robert Z. Leonard, met o.a. Marion Davies),  La fuerza del querer (1930, regisseur Ralph Ince, met Maria Alba), One night of love (1934, regisseur Victor Schertzinger, met o.a. Grace Moore).
In zijn laatste jaren bij de Met werd hij ook impresario.
1916: presenteerde een operaseizoen van 4 weken in Havana met o.a. Geraldine Farrar en Pasquale Amato. Na zijn terugtreden was hij actief als zangdocent. Deanna Durbin heeft les van hem gehad.

Giuseppina Huguet (eigenlijke naam Josefina Huguet) (Barcelona, 22.09.1871 - Barcelona, 1951). Opgeleid aan het conservatorium van Barcelona (Francisco Bonet). 
1889: debuut in Barelona (Lakmé). 
1895: ging naar Italië, had veel succes aan de grote Italiaanse opera's (Scala, Milaan; Teatro Constanzi, Rome).
1898: grote Noord-Amerikaanse tournee.
Gastrollen in Londen, Parijs, Madrid, Barcelona. Nadat ze afscheid nam van het concertpodium was ze in Barcelona actief als zangdocente.
Ze heeft ca. 159 opnamen gemaakt voor G&T en Gramophone in de periode 1902-1909.

Giuseppina Huguet

Leoncavallo - "I Pagliacci": 
1  1e acte: Un grande spettacolo!    2:59
    Antonio Paoli, ten.; Francesco Cigada, bar.; Antonio Pini-Corsi, bar.; 
    Giuseppe Rosci
2  2e acte: Finale    3:04
    Antonio Paoli, Giuseppina Huguet, Francesco Cigada, Antonio Pini-Corsi, 
    Ernesto Badini
Orkest o.l.v. Carlo Sabajno
78t 30 cm: Victrola 8050-A/B  1215½c / 1231c
Opname Milaan, 1907    

Giuseppe Verdi - "Aïda": 

3  1e acte: Nume custode e vindice    3:54
Antonio Paoli, tenor; Andrès de Segurola, bas
78t 30 cm: Victrola 89120  1844½c
Opname Milaan, 11-05-1909

Download mp3

dinsdag 25 februari 2014

Roger Bourdin: Don Quichotte, Massenet (Odeon, 1928)


Roger Bourdin (Levallois-Perret, 14.06.1900 - Parijs, 14.09.1973): Franse bariton. Studeerde aan het conservatorium van Parijs (André Gresse, Jacques Isnardon).
1922: Debuut in de Opéra-Comique, Parijs (als Lescaut in Manon, Massenet), waar hij lang aan verbonden bleef. 
1940: Debuut aan Opéra de Paris (Mârouf, savetier du Caire, Henri Rabaud)
Hij zong afwisselend bij beide theaters tot 1959.
Hij zong zelden buiten Frankrijk, maar deed enkele gastoptredens in Covent Garden (Londen), La Scala (Milaan) en Teatro Colón (Buenos Aires). Tijdens zijn lange carrière zong hij ca. 100 rollen.
1959: trok zich terug van het podium en werd docent aan het Conservatorium in Parijs.
Hij was getrouwd met de sopraan Géori Boué (1918).

Julien Lafont (08.05.1880 - 07.01.1970): Franse bariton. Maakte enkele akoestische opnamen in 1907 en daarna pas in 1927 en 1928 voor Odeon.

Germaine Cernay (geboortenaam Germaine Pointu) (Le Havre, 28.04.1900 - Parijs, 19.09.1943): Franse mezzo-sopraan. Studeerde aan het conservatorium van Parijs onder Albers en Engel. Won een Premier Prix in 1925.
1927: Debuut in Opéra-Comique 
1931-1942: trad regelmatig op met het Orchestre de la Société des Concerts du Conservatoire de Paris
Ze zong zowel opera als oratoria en concerten, was erg gezien als Bach-vertolkster. 
Tussen 1928 en 1942 nam ze platen op voor Odeon, Columbia, HMV en Lumen.
In 1942 trok ze zich terug om non te worden. Ze stierf een jaar later aan status epilepticus.

Jules Massenet - "Don Quichotte": Mort de Don Quichotte    7:31
Roger Bourdin, bariton; Julien Lafont, bariton; Germaine Cernay, sopraan
Orkest o.l.v. Gustave Cloez
78t 30 cm: Odeon XX 123518   xxPh 6584-2 / 6585-1
Opname 31.01.1928

Download mp3

vrijdag 14 februari 2014

Giuseppe Danise (Brunswick)


Giuseppe Danise (Napels, 11.01.1882 - New York, 09.01.1963): Italiaanse bariton. Opgeleid door Colonna en Petillo aan het conservatorium van Napels. 
1906: Debuut in Napels, Teatro Bellini (Cavalleria Rusticana). Zong in de provincie, had in 1913 succes in Palermo (Teatro Massimo).
Sinds 1915 jaarlijks gastrollen aan het Teatro Colón in Buenos Aires
1915-1917: Scala Milaan, o.a. in 1916 première van Francesca da Rimini (Zandonai).
1920-1932: Metropolitan Opera New York
1922-1931: jaarlijks optreden bij de Zomer-Opera van Ravinia (bij Chicago).
Na 1932 weer successen aan de Scala in Milaan.
Hij trouwde in 1947 met de Braziliaanse sopraan Bidu Sayao (11.05.1902 - 13.05.1999) en woonde sindsdien afwisselend in Brazilië en de Verenigde Staten.
Wat plaatopnamen betreft was hij actief sinds 1916, toen hij zong in de opname van een complete Rigoletto voor HMV. Van 1921-1927 maakte hij opnamen voor Brunswick.

In deze post een akoestisch en een elektrisch opgenomen Brunswick.
Salvatore Cardillo (1878-1947): Geboren in Napels, in 1903 naar Amerika geëmigreerd. Hij schreef het Napilitaanse lied Core'ngrato op tekst van Alessandro Sisca
Ernesto de Curtis (1875-1937): Italiaans componist, achterkleinzoon van de componist Saverio Mercadante (1795-1870) en een broer van de dichter Giambattista de Curtis. 
Jules Massenet (12.05.1842 - 13.08.1912): Frans componist, hoofdzakelijk van opera's. Hij heeft er 27 gecomponeerd die uitgevoerd werden. Le Jongleur de Notre-Dame ging in 1902 in première, toen met de beroemde bariton Maurice Renaud. Le Roi de Lahore ging in 1877 in première.


Oorspronkelijke poster uit 1902 met slotscène

1  Salvatore Cardillo: Core'ngrato    4:16
2  De Curtis: Canta pe' me    3:23
78t 30 cm: Brunswick 30102-A/B   X9917 / X9956
Opname 14-02-1923 (kant 1) en 20-02-1923 (kant 2).

3  Jules Massenet - "Le jongleur de Notre-Dame": Légende de la Sauge    3:58
4  Jules Massenet - "Le Roi de Lahore": Promesse de mon avenir    3:20
78t 30 cm: Brunswick 50082-A/B   XE18673 / XE18671
Opname 05-04-1926   

Download mp3

vrijdag 7 februari 2014

Agustarello Affre 3: Meyerbeer, Verdi (Odeon, 1906)

Met Louise Grandjean in Les Huguenots

Een derde post met de Franse heldentenor Agustarello Affre (23.10.1858 - 27.12.1931), die van 1890-1911 (met een korte onderbreking van 1893-1895) verbonden was als eerste tenor aan de Opéra van Parijs.

Plus blanche que la blanche hermine is een liefdeslied, gezongen door Raoul in de eerste acte van Les Huguenots, over een vrouw die hij van aanranding door dronken schurken gered heeft. De opera gaat over de Bartholomeusnacht (van 23 op 24 augustus 1572), waarin ongeveer 20.000 Hugenoten vermoord werden. De première vond plaats in 1836.

Douce Aïda is uiteraard de overbekende in het Frans gezongen Céleste Aïda, waarin Radamès in de eerste acte zijn liefde bezingt voor de slavin Aïda.


Giacomo Meyerbeer - "Les Huguenots": Plus blanche (romance)    2:49
Giuseppe Verdi - "Aïda": Douce Aïda    3:29
Agustarello Affre, tenor (+ orkest)
Odeon X 364134 / 36644    XP2326 / 2474
Opname Parijs, 1906

Download mp3