donderdag 13 april 2017

Géori Boué: Puccini (Odeon 1943)


Georgette ("Géori") Boué (Toulouse, 16.10.1918 - 05.01.2017): Franse sopraan. Studeerde op het conservatorium van Toulouse bij Claude Jean.
1934: debuut in het Capitole de Toulouse, in kleine rollen
1939: debuut Opéra-Comique, Parijs, als Mimi
1942: debuut in het Palais Garnier, Parijs, als Marguerite (Faust).
1944: trouwde met de Franse bariton Roger Bourdin (1900-1973). 
Ze had een internationale carrière die haar naar landen als Spanje (Barcelona), Italië (Milaan), Mexico, Brazilië (Rio de Janeiro), Amerika (Chicago) en Rusland (Moskou) bracht.
1970: trok zich terug van het concertpodium.

Gustave Cloez (Quincy, 1890 - Parijs, 1970): Frans dirigent. Studeerde op het conservatorium in Parijs piano bij Charles-Wilfrid de Bériot en Lazare Lévy.
1922-1946: dirigent Opéra-Comique, Parijs
1955-1957: dirigent Grand Ballet du Marquis de Cuevas
Nam talloze Odeon-opnamen op als begeleider van o.a. Germaine Cernay, Emma Luart, Lily Pons, Ninon Vallin, David Devriès, Charles Friant, Roger Bourdin en André Pernet.


Giacomo Puccini:
1  "Madame Butterfly": Sur la mer calmée    4:06
2  "La Bohème": On m'appelle Mimi    4:12
Géori Boué, sopraan
Orkest o.l.v. Gustave Cloez
78t 30 cm: Odeon 123.871   xxP 7394-1 / xxP 7395-1
Opname Parijs, 02-06-1943

Download mp3

zaterdag 8 april 2017

John Harrison, tenor: Händel (Gramophone, 1905)


In deze post een erg versleten plaat uit 1905 van de Engelse tenor John Harrison, die in zijn tijd wel de Engelse Caruso werd genoemd, maar dat is toch iets teveel eer.
Het begin van de plaat is vol ruis, daar moet je even doorheen luisteren.

Een uitgebreide biografie over John Harrison (27.02.1868 - 19.03.1929) is hier te vinden.
John maakte platen vanaf december 1902 t/m 1920. In 1906 deed hij mee aan een complete opname van The Mikado. 


Georg Friedrich Händel - "Judas Maccabeus": Sound and alarm    3:10
John Harrison, tenor (+ orkest)
78t 30 cm: G&T Gramophone Monarch 02057   876f
Opname Londen, 16-03-1905 

Download mp3

donderdag 30 maart 2017

Josef Mann: Odeon (1919)

Josef Mann met Barbara Kemp

Josef Mann (Lemberg, 24.02.1883 - Berlijn 05.09.1921): tenor. Studeerde rechten en vestigde zich als advocaat in Lemberg. Daarna zangstudie bij Kicki.
1910: debuut opera van Lemberg
1911-1918: Wiener Volksoper
1918-1921: grote successen bij de Staatsoper Berlin.
Gastrollen bij de Wiener Staatsoper (1912, 1915, 1920), Staatsoper München (1921), Frankfurt a.M. en Boekarest.
Stierf op 5 september 1921 op het podium van de Berliner Staatsoper tijdens een voorstelling van Aïda, waardoor hij een contract met de Metropolitan niet meer kon nakomen.

Op mijn blog LPs Opera en Klassiek staat een LP van Josef Mann, waar 2 van mijn platen ook op staan. 

Helaas heb ik alleen deel 2 van de aria uit "Die Königin von Saba", maar toch aardig om dat deel te kunnen horen. Op de scan van het label is de handtekening van Josef Mann in de matrijs mooi te zien.



1  Karl Goldmark - "Die Königin von Saba": part 2: Aus klären Fluten    4:07
    78t 30 cm: Odeon LXX 80907   xxB 6393-3

2  Fromental Halévy - "La Juive": Recha, als Gott dich einst    4:24
    78t 30 cm: Odeon LXX 80911   xxB 6406-2

3  Giuseppe Verdi - "Aïda": Holde Aïda    4:37
    78t 30 cm: Odeon LXX 80915   xxB 6403-2

Opnamen 1919

Download mp3

dinsdag 21 maart 2017

Hans Hotter: Bach Cantate no.82 (Columbia, 1950)


Hans Hotter (Offenbach am Main, 19.01.1909 - Grünwald, 08.12.2003): Duitse bas-bariton. Studeerde bij Matthäus Roemer in München, werkte als organist en koordigirent.
1930: operadebuut in Troppau
1931: Breslau
1932-1934: Praag
1934-1935: Hamburg
1937-1972: München. 
Na de 2e wereldoorlog grote internationale carrière, m.n. als vertolker van Wagner en R. Strauss, ook een groot liederen-zanger. 

Anthony Bernard (25.01.1891 - 06.04.1961): onechte zoon van bandleider Thomas Bidgood. Dirigent, pianist, organist en componist. Hij richtte het Londen Chamber Orchestra op.

Prachtige vertolking van m.i. één van Bach's mooiste aria's: Schlummert ein, om te huilen zo mooi vind ik dat. Zo mooi gezongen door Hans Hotter. 
Het is vandaag (21 maart) Bach's geboortedag, dus om hem te eren post ik deze prachtige opname. Bach componeerde deze cantate in 1727.



Johann Sebastian Bach: Cantate no.82: "Ich habe genug" BWV 82    25:35

Aria: Ich habe genug
Recitativo: Ich habe genug
Aria: Schlummert ein, ihr matten Augen
Recitativo: Mein Gott! wenn kömmt das schöne: Nun!
Aria: Ich freue mich auf meinen Tod

Hans Hotter, bariton
Philharmonia Orchestra o.l.v. Anthony Bernard
Geraint Jones, orgel
Sidney Sutcliffe, hobo

78t 30 cm: Columbia LX 8719-21 (automatische koppeling)
CAX 10768-1; 10769-1A; 10771-1; 10772-1; 10773-1A; 10770-3
Opname Londen, Abbey Road, 22-03-1950

vrijdag 17 maart 2017

Friedrich Schorr: Wagner (HMV, 1927)


Friedrich Schorr (Oradea, 02.09.1888 - Farmington, 14.08.1953): Oostenrijks-Hongaarse bas-bariton van Joodse afkomst. Een van de grootste Wagner- bas-baritonnen van de 20ste eeuw. Studeerde in Wenen.
1912-1916: Graz
1916-1918: Praag
1918-1923: Keulen
1923-1931: Staatsoper Unter den Linden, Berlijn
1924-1931: Covent Garden, Londen
1924-1943: Metropolitan New York
1925-1933: Bayreuth Festival
1931: Schorr emigreerde naar de Verenigde Staten.

De platen ruisen sterk, ik heb geprobeerd de ergste hagel weg te halen, maar je moet geen topkwaliteit verwachten.



Friedrich Schorr, bariton; Orkest Staatsoper, Berlijn o.l.v. Leo Blech
Richard Wagner:

1  "Die Meistersinger von Nürnberg": Verachtet mir die Meister nicht    5:55     
     HMV D 1354  (2-042038/2-042048)   CDR 4739-2 / CWR 1105-2
     Opname Berlijn, 04-07-1927;  07-09-1927

2  "Tannhäuser": O Du mein holder Abendstern    3:50

3  "Der fliegende Holländer": Wie aus der Ferne    3:58
     HMV D 1355  (2-042046/7)   CWR 1106-1 / CWR 1107-1
     Opname Berlijn, 07-09-1927

Download mp3

zondag 5 maart 2017

Emil Muench: Victor 1905 1907


Over tenor Emil Muench heb ik weinig gegevens kunnen vinden. Hij zingt in het Duits en was kennelijk een lange periode actief in Amerika. 

Voor Victor heeft hij van 1901-1907 en van 1915-1916 opgenomen; voor Columbia nam hij tussen 1901-1903 en van 1905-1907 platen op. Hij zong meer het populaire liedgenre, wat in het Vlaams zo mooi charmezanger genoemd wordt. Kijk hier voor een overzicht.

Wie meer weet over deze zanger mag aanvullen!
Helaas is plaatkant Victor 16797-A te slecht om hier te uploaden. 

Emil Muench, tenor (+ orkest):

1  Victor Ernst Nessler - "Der Trompeter von Säckingen": 
    Es hat nicht sollen sein    3:41
2  Das weiss ich nur allein (Carl Riegg)    3:44
    78t 30 cm: Victor 35032-A/B   C-2768-2 / C-2766-2
    Opname 26-09-1905

3  Schliess in dein Herz mich wieder ein (Wilhelm Aletter)    2:35
    78t 25 cm: Victor 16797-B   B-4776-1  

    Opname 08-08-1907

maandag 27 februari 2017

Mary Garden: Charpentier, Alfano (Victor, 1926)


Mary Garden (Aberdeen, 20.02.1874 - Inverurie, 03.01.1967): Schotse sopraan en ook een goede actrice. Ze studeerde o.m. bij Sarah Robinson-Duff (Chicago), vanaf 1896 in Parijs bij Lucien Fugère (1848-1935), Jacques Bouhy (1848-1929), Mathilde Marchesi (1821-1913) en Sybil Sanderson (1864-1903). Sanderson introduceerde haar bij Jules Massenet en bij Albert Carré, de directeur van de Opéra-Compque.


Mary Garden als Mélisande

1900-1907: Opéra-Comique. Zong o.m. de wereldpremière als Marie in La Marseillaise (Lucien Lambert, 1901) en als Diane in La fille de Tabarin (Gabriel Perné, 1901). Debussy koos haar voor de rol van Mélisande in Pelléas et Mélisande (1902). Verder de titelrol in de wereldpremière van La Reine Fiammette (Xavier Leroux, 1903)
1902-1903: zong in Londen, Covent Garden
1905: zong in Monte Carlo wereldpremière van Chérubin, een rol die Massenet speciaal voor haar gecomponeerd heeft.


Mary Garden als Aphrodite

1906: wereldpremière als Chrysis in Aphrodite (Camille Erlanger) bij de Opéra-Comique.
1907-1910: Manhattan Opera House
1910-1913: Chicago Grand Opera Company
1915-1921: Chicago Opera Association
1921-1922: directeur van de Chicago Opera Association, die daarna failliet ging. Ze produceerde in dat jaar de wereldpremière van De liefde voor drie sinaasappels (Prokofieff). 
1922-1931: directeur van de nieuw opgerichte Chicago Civic Opera, waar ze ook rollen zong. 
1934: trok zich terug van het operapodium. Werkte alks talentscout voor MGM, gaf lezingen, m.n. over Debussy. Gaf masterclasses en deed veel om jonge artiesten te stimuleren.


Mary Garden als Salomé

Ze maakte naar verhouding vrij weinig platen tussen 1903 en 1929: 6 Pathé wasrollen (ca. 1903), 4 G&T (met Debussy, piano), 3 Edison rollen (ca. 1904-1905), 11 Columbia (1911-1912), 12 Victor (1926-1927; 1929).
Verder maakte ze twee zwijgende films, met weinig succes: 
1917: "Thaïs" (Hugo Ballin, Frank Hall Crain)
1918: "The splendid sinner" (Edwin Carewe)

1951: haar autobiografie verscheen: Mary Garden's Story, waar veel onnauwkeurigheden in staan.

Franco Alfano (Posillipo, 08.03.1875 - San Remo, 27.10.1954): Italiaanse componist en pianist. Het bekendst omdat hij de onafgemaakte opera van Puccini, Turandot, heeft afgemaakt. 
Zelf componeerde hij 12 opera's. De aria, hier gezongen door Mary Garden, komt uit zijn derde opera "Risurrezione" (1904). 


1  Charpentier - "Louise": act 3: Depuis le jour    4:34
    Mary Garden, sopraan; 
    Francis J. Lapitino, harp
    Orkest o.l.v. Rosario Bourdon
    Opname Camden, New Jersey, 24-12-1926

2  Alfano - "Risurrezione": act 2: Dieu de grâce    3:39
    Mary Garden, sopraan
    Orkest o.l.v. Rosario Bourdon
    Opname Camden, New Jersey, 03.11.1926

78t 30 cm: Victrola 6623-A/B   CVE-36734-14 / CVE-36735-6

Download mp3

maandag 20 februari 2017

Lina Cavalieri 2: Bizet, di Capua (Columbia, 1910)

Lina Cavalieri als Carmen

Natalina "Lina" Cavalieri (Viterbo, 25.12.1874 - Florence, 07.02.1944): Italiaanse sopraan. Volgens haarzelf was ze "la donne piu bella del mondo" (de mooiste vrouw van de wereld). 
Het verhaal dat ze op haar 15e wees, naar een streng R.K. weeshuis moest, daar wegliep en meereisde met een theatergroep schijnt een fabel te zijn, maar ze had geen gemakkelijke jeugd en moest als oudste al een rol spelen in de opvoeding (haar moeder was wasvrouw) en werken. 



Ze werkte in het variété in Rome (Concerto delle Varieta), Wenen (Ronacher Theatre), Parijs (ca. 1895, Folies-Bergère) Londen (1897, Empire Theatre) en St. Petersburg. Volgens John Steane trouwde ze met de Russische prins Alexandre Bariatinsky (1870-1910?) maar verliet hem al snel, met medeneming van een deel van diens fortuin. Volgens Don Gillan stimuleerde de prins haar om de operakant op te gaan en zangles te nemen. Lina nam in Parijs zangles bij Blanche Marchesi (1863-1940) en in Milaan bij Maddalena Mariani-Masi (ca. 1850-1916). In 1900 was haar operadebuut in Lissabon (Pagliacci, als Nedda). De prins nam na 3 jaar de benen vlak na dit debuut in Lissabon, dat rampzalig verliep, Lina in wanhoop achterlatend. Of ze ooit getrouwd waren blijft volgens Gillan de vraag: volgens Lina wel, volgens de prins niet.



Ze zong vervolgens in Napels, Warschau en St. Petersburg. In Monte Carlo creëerde ze de rol van Ensoleidad in de oer-uitvoering van Chérubin (Massenet). In Parijs zong ze in 1905 met Enrico Caruso en Titta Ruffo. 
1906: debuut in de Metropolitan, waar ze ook met Caruso zong, en twee seizoenen bleef.
In 1909 opende ze een beauty-salon in New York en verkocht o.m. de Crème à la Cavalieri.
1909-1910: Manhattan Opera Company. 
Ze trouwde in 1910 met de artiest en multi-miljonair Robert Winthrop Chanler (1872-1930) en haalde hem over haar toegang tot zijn fortuin te geven. Tegen het eind van de huwelijksreis in Parijs was het huwelijk al voorbij. Nadat de scheiding in 1912 was uitgesproken was ze $75.000 rijker. Ze verliet de U.S.A. en had veel succes in Rusland en Oekraïne.
1913: Derde huwelijk met de Franse tenor Lucien Muratore. Dit huwelijk hield tot 1927 stand.



Nadat ze zich ca. 1914 terugtrok uit de opera had ze nog een carrière in de filmwereld. Ze speelde rollen in 8 films, o.a. Manon Lescaut (1914). Ook maakte ze 3 films met de Belgische regisseur Edward José (ca. 1880-1930). 
In 1919 trad ze weer op, samen met haar man, bij de Chicago Grand Opera Company en tourde met hem door de USA.
Ze leidde een keten van schoonheidssalons, schreef een boek: My secrets of beauty. 
Eind jaren '20 trouwde ze met haar 4e man, Paolo d'Arvanni (pseudoniem van Arnaldo Pavoni, schrijver), ging in Italië wonen en gaf zangles. Tijdens de 2e wereldoorlog werkte ze als vrijwillig verpleegster. Bij een geallieerd bombardement werden zij en haar man getroffen, omdat ze nog juwelen wilden pakken, maar op weg naar de schuilkelders werd hun dat fataal.

Bronnen:
Wikipedia
John Steane: The record of singing vol.1
Don Gillan


Lina Cavalieri heeft maar weinig platen opgenomen, voor Columbia (1910, 1913) en Pathé (1918), met elkaar ca. 18 plaatkanten.



1  Georges Bizet - "Carmen": Habanera    3:15
2  Eduardo di Capua: Maria! Mari!    3:52
Lina Cavalieri, sopraan (+ orkestbegeleiding)
78t 30 cm: Columbia A 5179   30372-1 / 30400-1
Opname New York, 01-03-1910 / 23-03-1910



Download mp3

woensdag 15 februari 2017

Margherita Salvi (Odeon, 1927-28)


Margherita Salvi (Madrid, 26.05.1897 - Santiago de Chile, 13.03.1981): Spaanse coloratuursopraan. Studeerde bij Avelina Carrera (Barcelona) en Torati (Milaan). 
1925: debuut in Florence als Gilda (Rigoletto)
1926: Teatro Colón, Buenos Aires, met veel succes
1926-1927; 1928, 1933: Italiaanse Opera, Nederland
1927: grote tournee door Duitsland
1929-1932; 1937: Opera van Chicago
1929: gastrollen bij opera van Monte Carlo
1931: gastoptreden in Budapest
1934: gastoptreden in Brussel, Munttheater
Getrouwd met de Spaanse dirigent en componist Federico Longás Torres (1893-1968).


Margherita Salvi en Federico Longás
Ze heeft plaatopnamen gemaakt voor Fonotipia (1924), HMV (1925), Parlophon/Odeon (1927-28) en Victor (1930), met elkaar ca. 34 uitgebrachte titels.

Ik heb 3 30 cm 78t.platen van haar, alle met dirigent Frieder Weissmann, die geschikt zijn om hier te posten. De platen zijn veel gedraaid, dus m.n. in sommige hoge passages hoor je dat de groeven wat uitgesleten zijn. Niettemin interessant genoeg om deze relatief onbekende coloratuurzangeres eens voor het voetlicht te halen.


1  Rossini - "Il barbiere di Siviglia": Una voce poco fa    6:39
    Odeon O-8328 a/b   xxB 7841/2
    Opname Berlijn, 11-11-1927

2  F. Orejón; I. Vaguez tekst: Por un pajaro    3:13
3  Benedict: Il carnevale di Venezia    3:25
    Odeon O-8339 a/b   xxB 7840/5
    Opname Berlijn, 15-11-1927

4  Meyerbeer - "Dinorah": Ombra leggiera    4:12
5  Delibes - "Lakmé": Dov'è l'Indiana bruna?    3:50
    Odeon O-8340 a/b  xxB 8000/7999
    Opname Berlijn, 14-03-1928

Margherita Salvi, sopraan
Mitglieder der Staatskapelle, Berlin o.l.v. Frieder Weissmann

donderdag 9 februari 2017

Maggie Teyte: Selected songs & Opera (Gramophone Shop, 1947)


Een prachtig album van de legendarische sopraan Maggie Teyte (Wolverhampton, 17.04.1888 - Londen, 26.05.1976): eigenlijke naam Margaret Tate. Engelse sopraan. Opgeleid aan de Royal School of Music, Londen. 
1904: nam les bij de beroemde tenor Jean de Reszke (1850-1925) in Parijs.
1906: zong Cherubino in La nozze de Figaro en Zerlina in Don Giovanni, beide o.l.v. Reynaldo Hahn, in Parijs.
1907: officiële professionele debuut in Monte Carlo, als Tyrcis in Myriame et Daphné (André Bloch, bewerking van Offenbach's Daphnis et Chloé), met Ignace Jan Paderewski.
1908-1910: Opéra-Comique, veranderde haar naam in Teyte i.p.v. Tate.
Studeerde de rol van Mélisande samen met Debussy in diens opera Pelléas et Mélisande, met sensationeel succes. Debussy begeleidde haar ook op de piano op liederenavonden.
1909-1915: huwelijk met de Franse advocaat Eugene de Plumon
1910-1911; 1914; 1922-1923; 1936-1937: Covent Garden
1911-1914: Opera van Chicago
1914-1917: Opera van Boston

1921-1931: tweede huwelijk met de Canadese miljonair Walter Sherwin Cottingham. Trok zich tot 1930 grotendeels terug van het podium.
1930: zong als Mélisande in Pelléas et Mélisande, en Cio-Cio-San in Madame Butterfly.
Het lukte niet haar carrière nieuw leven in te blazen, ze zong uiteindelijk music hall, musicals en operettes in het Victoria Palace, Londen
1936: nam Debussy-liederen op met Alfred Cortot, piano. Sindsdien een hernieuwde carrière als vertolkster van de Franse liedkunst.
1948: eerste optreden in New York, zong o.m. haar glansrol, Mélisande
1951: trok zich terug van het opera-podium
1956: laatste concert, in de Royal Festival Hall, Londen
Wijdde zich daarna aan lesgeven.
1958: werd in de adelstand verheven: Dame. Ze schreef haar autobiografie: Star on the door.

Maggie Teyte heeft enkele rollen gecreëerd:
1908: Circé (Hillemacher): rol van Glycère
1923: The perfect Fool (Gustav Holst): rol van de Prinses.


De opnamen van dit liederen-album zijn gemaakt in Londen, door His Master's Voice.

Gramophone Shop Celebrities vol.3

Claude Debussy - "Pelléas et Mélisande": 
01  Act 1, scène 2: La lettre    3:16
      Opname Londen, 05-10-1947
02  Act 4, scène 4: fontein duet: Tu ne sais pas pourquoi il faut que je m'éloigne    4:39
      Opname Londen, 26-10-1947
78t 30 cm: Gramophone Shop GSC.21  2EA.12376-1 / 2EA.12455-1

Gabriel Fauré:
03  a: La lune blanche luit dans les bois op.61 no.3 (tekst: Paul Verlaine)    
03  b: J'ai presque peur, en vérité op.61 no.5 (tekst: Paul Verlaine)    4:09
      Opname Londen, 05-10-1947   
Maurice Ravel: 
04  a: Le martin-pêcheur (tekst: Jules Renard)
04  b: D'Anne jouant de l'espinette (tekst: Clement Marot)    4:13
      Opname Londen, 05-10-1947
78t 30 cm: Gramophone Shop GSC.22  2EA.12375-1 / 2EA.12455-1

Reynaldo Hahn - "Mozart" (tekst: Sacha Guitry)
05  Act 1, no.3: Être adoré    4:02
06  Act 3 no.12: Adieu    4:16
      Opname Londen, 11-10-1947
78t 30 cm: Gramophone Shop GSC.23  2EA.12409-2 / 2EA.12410-2

Franz Liszt:
07  Oh! Quand je dors (tekst: Victor Hugo)    4:04
      Opname Londen, 26-10-1947
Pjotr I. Tchaikovsky: 
08  Les larmes op.65 no.5 (tekst: Paul Collin)    2:08
      Opname Londen, 26-10-1947
78t 30 cm: Gramophone Shop GSC.24  2EA.12453-1 / 2EA.12454-2

Maggie Teyte, sopraan
Gerald Moore, piano
Totale tijd:  31:27


Download mp3

maandag 30 januari 2017

Begrafenis Enrico Caruso (1921)


Ik heb een merkwaardige 33t-plaat gevonden. Het blijkt een kopie te zijn van een Okeh-opname, opgenomen in Amerika op 23 augustus 1921, 3 weken na de dood van Enrico Caruso. 
De plaat is getiteld "Il funerati di Enrico Caruso a Napoli" en wordt uitgevoerd door Fercor and Company.
De plaat verscheen op Okeh 86001-A/B, matrijsnummers S-70113 / a/70114b.
Fercor is een pseudoniem van Ferruccio Corradetti (1866-1939), een Italiaanse bariton die les gaf in New York.

We horen dus zogenaamd een opname gemaakt tijdens de begrafenisdienst van Enrico Caruso in Napels. Op mijn label staat dat Titta Ruffo te horen is, maar Titta Ruffo heeft niet gezongen op de begrafenis van Enrico Caruso; Tenor Fernando de Lucia (1860-1925), die zich in 1917 had teruggetrokken van het concertpodium, zong wel. Op deze fake-plaat zingt Titta Ruffo ook niet. Mogelijk horen we de stem van Ferruccio Corradetti.

Enrico Caruso stierf op 2 augustus 1921 in Napels op 48-jarige leeftijd aan de gevolgen van het doorbreken van een subdiafragmatisch abces, wat weer buikvliesontsteking tot gevolg had. 
Koning Emmanuel III van Italië stelde de Koninklijke Basiliek van de San Francesco di Paola in Napels ter beschikking voor het opbaren van Enrico Caruso. 
Duizenden mensen bezochten de begrafenis. 
Zijn gebalsemd lichaam werd in een glazen sarcofaag op de Del Pianto begraafplaats in Napels opgesteld. Tenor Tito Schipa zorgde jaarlijks voor een nieuw kostuum.
In 1929 heeft zijn weduwe Dorothy Caruso zijn lichaam permanent verzegeld in een stenen graf.


In de San Francesco di Paola 

Korte filmopname van de begrafenis van Enrico Caruso.
Op Youtube is een derde deel van een biografie van Enrico Caruso te zien, wat gaat over zijn dood en begrafenis (kijk vanaf ca 10:00).


The funeral of Enrico Caruso    10:03
LP 33t Vocal Art


De originele Okeh-plaat (met dank aan JiHoon Suk)

Download mp3

vrijdag 20 januari 2017

Louise Kirkby Lunn 5 (HMV)


Deel 5 van opnamen van de Engelse alt Louise Kirkby Lunn, die ik graag wat extra aandacht geef. 

Louise Kirkby Lunn (Manchester, 08-11-1873 - St. John's Wood, 17-02-1930): 
Engelse alt, opgeleid in Manchester en van 1890-1893 in the Royal Music College London bij Albert Visetti. In Parijs studeerde ze bij Jacques Bouhy. 
Zong van 1901-1914 en van 1919-1922 in Covent Garden, Londen, en 1902-1903, 1906-1908 en 1912-1914 in de Metropolitan Opera, New York.
Louise zong ook oratoria en concertrepertoire: o.a. in The dream of Gerontius en Sea Pictures (Elgar). 
Ze trad veel op in Europa, en maakte in 1912 met de pianist William Murdoch een tournee door Australië en Nieuw-Zeeland.

Louise Kirkby Lunn nam op in de periode 1902-1923 voor de labels Pathé (ook wasrollen), Columbia en Gramophone (G&T, Predog, HMV).
Kijk rechts op mijn blog bij Labels, scroll naar beneden bij Kirkby Lunn Louise, en je vindt andere HMV-opnamen van haar.



Louise Kirkby Lunn, alt

1  Gounod - "Faust": When all was young    3:21
    Orkest o.l.v. Percy Pitt
    78t 30 cm: HMV 03257   HO 1223 ac
    Opname 11-11-1915

2  Mendelssohn - "Elijah": O rest in the Lord    3:36
    Orkest o.l.v. Percy Pitt
    78t 30 cm: HMV 03269   z 5668 f
    Opname 31-10-1911

3  Bizet - Agnus Dei    3:50
    Cello obbligato by W.H. Squire
    HMV 03356   AI 7615 f
    Opname 05-11-1913

donderdag 12 januari 2017

"Zang en Vriendschap" (Haarlem): Columbia, 1926


Het mannenkoor De Koninklijke Liedertafel "Zang en Vriendschap" (Haarlem) stond bij deze opnamen onder leiding van de Belg Lieven Duvosel (Gent, 14.12.1877 - Sint-Martens-Latem, 20.04.1956): componist en dirigent.

Lieven Duvosel was opgeleid aan de conservatoria van Gent en Antwerpen. 
1904-1908: studeerde in Parijs, o.a. orgel bij Charles Widor en compositie bij Gabriël Fauré. 
Duvosel was tijdens de eerste wereldoorlog een "Activist", een Vlaamse groepering die aansluiting zocht bij de Duitse bezetter. Na de eerste oorlog werd hij het land uitgezet.  
1918-1920: verbleef in Berlijn en kwam in contact met Richard Strauss en Arthur Nikisch, die ervoor zorgden dat enkele werken van Duvosel door de Berliner Philharmoniker werden uitgevoerd. 
1920-1940: verbleef in Nederland waar hij een aantal koren en orkesten dirigeerde, w.o. o.a. "Zang en Vriendschap". In 1940 keerde hij terug naar Vlaanderen. 
Hij componeerde talrijke liederen, symfonische werken en cantates. 
Zijn bekendste compositie is de "Leie-cyclus", geschreven tussen 1902-1923 (De Leie is een rivier in België en Noord-Frankrijk die o.m. door Gent stroomt).
Lieven Duvosel

De Koninklijke Liedertafel "Zang en Vriendschap" werd opgericht in 1830 en is het langst bestaande mannenkoor van Nederland. Ze bestaan nog steeds, heten nu "Koninklijk Haarlems Mannenkoor Zang en Vriendschap". 

Jacobus Gallus (Jacob Handl, Jacob Händl) (03.07.1550 - 18.07.1591): componist uit Slovenië. Hij componeerde Ecce Quomodo Moritur, en niet Georg Friedrich Händel, zoals op het label gesuggereerd wordt. Händel gebruikte deze compositie wel als een van de onderdelen voor zijn The ways of Zion do mourn, een funeral anthem voor Queen Caroline, die stierf in 1737.




Richard Hol (Amsterdam, 23.07.1825 - Utrecht, 14.05.1904): Nederlands componist, dirigent en docent. Bekleedde tot 1862 een aantal functies in Amsterdam, verhuisde daarna naar Utrecht, was ook actief in Den Haag. Hij zorgde ervoor dat Robert en Clara Schumann, Johannes Brahms, Joseph Joachim en Carl Tausig in Utrecht optraden. 
Johan Wagenaar en Catharina van Rennes hebben les van hem gehad.
Hol componeerde o.m. 2 opera's, 4 symfonieën, een oratorium, liederen, orgel- en pianomuziek. "In een blauw geruite kiel",  "Waar de blanke top der duinen" en "De paden op, de lanen in" waren beroemde liedjes van hem.

Ik heb de snelheden niet gecorrigeerd: alles is op 78 toeren afgespeeld. Ik heb geprobeerd de eerste track op de juiste toonhoogte af te spelen, maar vind dan dat het koor onnatuurlijker gaat klinken. Enfin. Oordeel zelf.



Koninklijke Liedertafel "Zang en Vriendschap" o.l.v. Lieven Duvosel:

1  Felix Mendelssohn: Beati Mortui    3:43
2  Georg Friedrich Händel: Ecce Quomodo Moritur    3:40
78t 30 cm: Columbia D 17155  (W)FX 87-2/88-1
Opname 08-04-1926 (1); 10-04-1926 (2)

3  Richard Hol: De rots in zee    5:48

78t 30 cm: Columbia D 17156  (W)FX 98/99
Opname 10-04-1926

Download mp3

woensdag 4 januari 2017

Dino Borgioli: Columbia (akoestisch)


Dino Borgioli (Florence, 15.02.1891 - Florence, 12.09.1960): Italiaanse lyrische tenor. Studeerde bij Eugenio Giachetti.
1914: debuut als Arturo (I Puritani, Bellini) in het Teatro Corso, Milaan.
1918: debuut in La Scala, Milaan, als Ernesto (Don Pasquale, Donizetti).
1924: eerste tenor in de Melba-Williamson Grand Opera Tour door Australië, met Nellie Melba.
Hij zong verder in Londen, Glyndebourne Festival, Parijs (zowel de Grand Opéra als de Opéra-Comique), Brussel, Berlijn, Argentinië (Teatro Colón), Salzburger Festspiele (1931, 1935-36), San Francisco (1932, zong Tosca samen met Claudia Muzio), Chicago (1933), Metropolitan New York (1934).
1939: vestigde zich in Londen.
1946: nam afscheid van het podium.
1946-1948: werd directeur m.b.t. vocale studies aan de New Opera Company, Londen, waar hij opvoeringen leidde van de Barbiere di Siviglia en La Bohème
Hij was getrouwd met de Australische sopraan Patricia Moore.
Helaas bleef hij wat in de schaduw van Tito Schipa. Maar wat een prachtige stem!

Dino Borgioli heeft tussen ca. 1922 - 1935 opnamen gemaakt voor Columbia, w.o. twee complete opera's: Rigoletto (1928) en Il Barbiere di Siviglia (1929), beide o.l.v. Lorenzo Molajoli en beide met Rosetta Pampanini, sopraan en Riccardo Stracciari, bariton.

We horen twee 25 cm akoestisch opgenomen Columbia's. De stem is buitengewoon helder opgenomen. De opnamedata zijn vermoedelijk 1922 en 1923.



Dino Borgioli, tenor:

1  Bellini - "La Sonnambula": Prendi l'anel ti dono    2:42
2  Gounod - "Faust": Salve dimora    3:25
78t 25 cm: Columbia D 5037   70743 / B 18

3  Buzzi-Peccia: Lolita    3:31
4  Toselli: Rimpianto    2:40
78t 25 cm: Columbia CQ 694   B 906 / B 907

Download mp3