zaterdag 20 mei 2017

Clara Butt 5: Columbia


Een vijfde post alweer met dit keer 2 Columbia 78t.platen van de legendarische Engelse alt Clara Butt.

Clara Butt (01.02.1872 - 23.01.1936): Engelse alt. Studeerde aan het Royal College of Music, daarna in Parijs bij Jacques Bouhy (1848-1929), leraar van Louise Homer en Louise Kirkby-Lunn. Studeerde daarna in Berlijn bij de sopraan Etelka Gerster (1855-1920). 
Debuut in Londen december 1892 met de cantate The Golden Legend van Sullivan. 
Grote carrière in Engeland als oratorium- en liedzangeres. Ze had overigens drie zussen die ook zangeres werden. Ze was een imposante verschijning, 1:88 meter lang.
Elgar componeerde zijn cyclus Sea pictures met Clara Butt in gedachten en zij zong de première op 5 oktober 1899 met Elgar zelf als dirigent. 
Ze heeft gezongen voor Koningin Victoria, Koning Edward VII en Koning George V. 
Werd "Dame" in 1920. 
Ze trouwde in 1900 met Kennerly Rumford (1870-1957), een bariton. Ze kregen 2 zonen en 1 dochter. De oudste zoon stierf aan hersenvliesontsteking, de jongste zoon pleegde zelfmoord. Zelf kreeg ze kanker, maakte haar laatste platen zittend in een rolstoel. 
Ze was diep gelovig, zoals ook uit haar repertoirekeuze blijkt.

Clara Butt maakte veel opnamen, 1 Berliner in 1899, daarna HMV (1909-1915), en Columbia (1915-1921; 1926-1927, 1929-1931). Deze opnamen komen dus vermoedelijk uit de periode 1915-1921.
Een fascinerende stem! Opvallend sterk in de lage noten. Haar repertoirekeuze is soms van een smartlap-niveau, maar ik heb een zwak voor haar - we voelen via haar een glimp van de grandeur van het British Empire in de 19e eeuw. 



1  The promise of life (Frederic H. Cowen; Clifton Bingham, tekst)    4:22
    + piano en orgel
    78t 30 cm: Columbia 7105   (6542)

2  Sir Edward Elgar: Land of hope and glory    3:25
    + koor en orkest
    78t 30 cm: Columbia 7156   (75929)

 Download mp3

zondag 14 mei 2017

Hans Hotter: Wagner, Verdi (DGG, 1943)

Hans Hotter

Hans Hotter (Offenbach am Main, 19.01.1909 - Grünwald, 08.12.2003): Duitse bas-bariton. Studeerde bij Matthäus Roemer in München, werkte als organist en koordigirent.
1930: operadebuut in Troppau
1931: Breslau
1932-1934: Praag
1934-1935: Hamburg
1937-1972: München. 
Na de 2e wereldoorlog grote internationale carrière, m.n. als vertolker van Wagner en R. Strauss, ook een groot liederen-zanger. 



Heinrich Hollreiser (München, 24.06.1913 - Scheffau am wilden Kaiser, 24.07.2006):
Duits dirigent. Opgeleid aan het conservatorium van München. Werkte aan de operahuizen van Wiesbaden, Darmstadt, Mannheim en Duisburg.

1942-1945: Staatsoper Bayern; Opera van Düsseldorf
1945-1951: dirigeerde bij Berliner Philharmoniker, Bamberg, Keulen, en het Hamburg Radio Symfonie-orkest.
1951-1994: dirigent orkest Wiener Staatsoper, dirigeerde meer dan 1000 optredens met dit orkest.



Hans Hotter, bariton
Bayerisches Staatsorchester o.l.v. Heinrich Hollreiser
Opname 18.05.1943

1  Richard Wagner - "Der fliegende Holländer": Die Frist ist um    8:41
    78t 30 cm: 68297-A/B   2349-2 GE5 / 2350-2 GE5
    
2  Giuseppe Verdi - "Othello": Ich glaube an einen Gott    4:16
3  Giuseppe Verdi - "Othello": Zur Nachtzeit war es    3:02
    78t 30 cm: 68298-A/B   2353-4 GE5 / 2354-4 GE5

Download mp3

zaterdag 6 mei 2017

Aulikki Rautawaara, Peter Anders: Puccini (Telefunken, 1935, 1938, 1942)


Aulikki Rautawaara (Vaasa, 02.05.1906 - Helsinki, 29.12.1990): Finse sopraan. Haar ouders hadden een muziekschool, haar vader was zanger en koordirigent, haar moeder pianiste. Zou aanvankelijk pianiste worden, maar ze verwondde haar vinger op jonge leeftijd. 
Beroemd om haar interpretaties van muziek van Grieg en Sibelius.
1922-1925: Conservatorium van Helsinki, zangles van Alexandra Ahnger
1927: debuut, daarna les bij Signe Liljeqvist (Kopenhagen)
1932-1933: Finse opera. Studeerde daarna bij Olga Eisner (Berlijn).
1935: trad op in de film Alles hört auf mein Kommando
1945: Sibelius droeg zijn compositie Hymne aan Thaïs aan haar op.
Zong in de eerste opera die op het Glyndebourne Festival werd opgevoerd in 1934 de rol van Hertogin Almaviva in Le Nozze de Figaro (Mozart) en kwam t/m 1938 regelmatig terug op dit festival.
Ook speelde ze in de jaren '30 in diverse Engelse en Duitse films.
Ze verscheen veel op Duitse en Oostenrijkse operapodia.
Haar broer was cellist Pentta Rautawaara (1911-1965), hun neef was componist Einojuhani Rautavaara (1928-2016).
Aulikki Rautawaara is drie keer getrouwd geweest: met Reino Palmroth (1928-1931), Gunnar Fredrik Aminoff (1938-1954), en componist Erik Bergman (1956-1958).

Voor Odeon heeft ze in 1930 5 plaatkanten opgenomen, w.o. 4 onder haar pseudoniem Terttu Raija, een pseudoniem dat ze gebruikte voor populaire liedjes.
Voor Telefunken heeft ze tussen 1934 en 1943 ca. 100 opnamen gemaakt, w.o. een aantal duetten met tenor Peter Anders. Daarna enkele opnamen voor de labels Rytmi (1944, 1946, 1952) en Parlophone (1948).



Peter Anders (Essen, 01.07.1908 - 10.09.1954): Duitse tenor. Studeerde aan de Musikhochschule in Berlijn, had daarna les van Lula Mysz-Gmeiner. Hij trouwde met haar dochter, de sopraan Susanne Mysz (1909-1979).
1932: Debuut in Heidelberg
Had een grote platencarrière, en zong zowel opera, operette als liederen.
Zong o.m. in Darmstadt (1933-1935), Keulen (1935-1936), Hannover (1937-1938), Bayerische Staatsoper (1938-1940), Staatsoper Berlin (1940-1948). Hij werd een favoriet van de Nazi's, werd ingezet voor propaganda en entertainment van Duitse soldaten.
Hij stierf op 46-jarige leeftijd aan de gevolgen van een auto-ongeluk.



1  Franz Lehár, bew. Viktor Hruby: Rendezvous bei Lehár    9:01
    Aulikki Rautawaara, sopraan; Peter Anders, tenor
    Berliner Philharmoniker o.l.v. Hans Schmidt-Isserstedt
    78t 30 cm: Telefunken E 1781   020419/20
    Opname Berlijn, 1935

2  Giacomo Puccini - "Madame Butterfly": Liebesduett    9:08
    Aulikki Rautawaara, sopraan; Peter Anders, tenor
    Orch. der Reichsoper, Berlin o.l.v. Hans Schmidt-Isserstedt
    78t 30 cm: Telefunken E 1853   020751/2
    Opname Berlijn, 05-04-1935

3  Giacomo Puccini - "Tosca": Mit deinen Augen    3:44
4  Georges Bizet - "Carmen": Ich seh' die Mutter dort    4:15
    Aulikki Rautawaara, sopraan; Peter Anders, tenor
    Orch. des Deutschen Opernhauses, Berlin o.l.v. Hans Schmidt-Isserstedt
    78t 30 cm: Telefunken E 2654   023088/89
    Opname Berlijn, 30-04-1938

5  Giuseppe Verdi - "Othello": Lied vom Weidenbaum    7:22
    Aulikki Rautawaara, sopraan
    Orch. des Deutschen Opernhauses, Berlin o.l.v. Walter Ludwig
    78t 30 cm: Telefunken E 3258   026390/91
    Opname Berlijn, 05-05-1942

Download mp3

vrijdag 28 april 2017

Tiana Lemnitz, Elfride Trötschel, Georgine von Milinkovic: Rosenkavalier (DGG, 1951)


DGG (1948-1949) en Telefunken (1949) vonden een methode uit om meer minuten op te kunnen nemen op één plaatkant: ca. 8 minuten i.p.v. ca. 4 minuten.
DGG had het Variable Micrograde systeem, ontwikkeld door Gerd Schöttler en Alexander Schaaf. De 78t.platen hebben op het label LVM als extra aanduiding (gewone DGG platen zonder Variable Micrograde hebben LM als toevoeging).
Telefunken had het Füllschrift systeem, ontwikkeld door Eduard Rhein (1900-1993), die er in 1949 patent op kreeg.
Het komt er bij beide systemen op neer dat de groeven bij de zachte passages veel dichter op elkaar gesneden worden. Het leidt bij beide merken tot een verbluffend goede kwaliteit, met normaal gesproken ook weinig groefruis (mits je een normale 78t. naald van 65 µm gebruikt).

In deze upload twee Variable Micrograde DGG-platen met scenes uit Der Rosenkavalier (Richard Strauss). Hele mooie uitvoering! 


Elfride Trötschel
Elfride Trötschel (Dresden, 11.12.1913 - Berlijn, 20.06.1958): Duitse sopraan. Wees vanaf haar 9e. Studeerde in Dresden, had les van Sophie Kühnau-Bernhard en Doris Winkler (koorzang) en van Paul Schöffler en Helene Jung.
1934-1950: Semper-Oper Dresden (in dienst genomen door Karl Böhm).
1936: gastrollen in Londen en Florence
1941: Salzburger Festspiele
Sinds 1949 werkte ze veel met dirigent Otto Klemperer, die haar erg bewonderde.
1950-1951: Berliner Staatsoper, daarna de Städtische Oper, West-Berlijn
Gastoptredens in Edinborough, Glyndebourne, Wenen, Napels, Lissabon, Marseille en Zürich.
1956: laatste optreden.
Ze stierf vermoedelijk aan kanker op 44-jarige leeftijd.


Georgine von Milinkovic (Praag, 07.07.1913 - München, 26.02.1986): Kroatische mezzo-sopraan. Studeeerde aan het conservatorium van Zagreb, had zangles van Marija Kostrencic (lerares van Zinka Milanov), volgde ook lessen in Wenen.
1935: debuut in Zagreb als Erda (Rheingold).
1937-1940: Stadttheater Zürich
1938: zong de rol van Gräfin Helfenstein in wereldpremière van de opera Mathis der Maler (Hindemith)
1940-1945: Bayerische Staatsoper, München
1945-1948: Staatsoper Prag
1948-1969: zong meer dan 500 optredens en 23 rollen bij de Wiener Staatsoper
1948-1968: Bayerische Staatsoper, München
Gastoptredens in Parijs (Grand Opéra), Lissabon (Teatro San Carlo), Monte Carlo, Bologna, Buenos Aires (Teatro Colón), Palermo, Londen (Covent Garden).



Tiana Lemnitz (Metz, 26.10.1897 - Berlijn, 05.02.1994): Duitse sopraan. Opgeleid aan het conservatorium van Metz en Frankfurt am Main. 
1921: debuut in Heilbronn in Undine (Lortzing). 
Daarna Aken (1922-1928), Hannover (1928-1934) en gastoptredens in Dresden (1931-1934).
1934-1957: Staatsoper Berlin
Gastoptredens in München, Wenen, Festspiele Salzburg, Londen (Covent Garden), Buenos Aires (Teatro Colón). In 1937 zong ze in Warschau met Feodor Chaliapin.
Vanaf 1933 was ze lid van de NSDAP. In 1937 benoemde Hitler haar tot Kammersängerin
Ze stond vanaf augustus 1944 op de Gottbegnadeten-Liste, wat haar vrijwaarde voor oorlogsactiviteiten.



Ferdinand Leitner (Berlijn, 04.03.1912 - Zürich, 03.06.1996): Duitse dirigent, begon als pianist. Studeerde bij Franz Schreker, Julius Prüwer, Artur Schnabel en Karl Muck.
1943-1945: dirigent Nollendorfplatz Theater Berlijn
1945-1946: Opera Hannover
1946-1947: Bayerische Staatsoper München
1947-1969: Württembergisches Staatsorchester, Stuttgart
1976-1980: Residentie Orkest, Den Haag 
Gastoptredens over de hele wereld. Hij nam op voor DGG vanaf de jaren '40.

Richard Strauss - "Der Rosenkavalier" op.59:

1  Mir ist die Ehre widerfahren    12:00
    Elfride Trötschel, sopraan
    Georgine von Milinkovic, mezzo-sopraan
    Württembergisches Staatsorchester, Stuttgart o.l.v. Ferdinand Leitner
    DGG Variable Micrograde 72139 A/B  LVM
    03032 / 03033 LKS
    Opname 12.07.1951

2  So schnell hat sie ihn gar so lieb (dialoog)    14:51
    Hab' mir 's gelobt (terzet)
    Ist ein Traum (duet)
    Tiana Lemnitz, sopraan
    Elfride Trötschel, sopraan
    Georgine von Milinkovic, mezzo-sopraan
    Württembergisches Staatsorchester, Stuttgart o.l.v. Ferdinand Leitner
    DGG Variable Micrograde 72121 A/B  LVM
    02963 LKS 2 / 02964 LKS
    Opname 09.10.1951

Download mp3

donderdag 13 april 2017

Géori Boué: Puccini (Odeon 1943)


Georgette ("Géori") Boué (Toulouse, 16.10.1918 - 05.01.2017): Franse sopraan. Studeerde op het conservatorium van Toulouse bij Claude Jean.
1934: debuut in het Capitole de Toulouse, in kleine rollen
1939: debuut Opéra-Comique, Parijs, als Mimi
1942: debuut in het Palais Garnier, Parijs, als Marguerite (Faust).
1944: trouwde met de Franse bariton Roger Bourdin (1900-1973). 
Ze had een internationale carrière die haar naar landen als Spanje (Barcelona), Italië (Milaan), Mexico, Brazilië (Rio de Janeiro), Amerika (Chicago) en Rusland (Moskou) bracht.
1970: trok zich terug van het concertpodium.

Gustave Cloez (Quincy, 1890 - Parijs, 1970): Frans dirigent. Studeerde op het conservatorium in Parijs piano bij Charles-Wilfrid de Bériot en Lazare Lévy.
1922-1946: dirigent Opéra-Comique, Parijs
1955-1957: dirigent Grand Ballet du Marquis de Cuevas
Nam talloze Odeon-opnamen op als begeleider van o.a. Germaine Cernay, Emma Luart, Lily Pons, Ninon Vallin, David Devriès, Charles Friant, Roger Bourdin en André Pernet.


Giacomo Puccini:
1  "Madame Butterfly": Sur la mer calmée    4:06
2  "La Bohème": On m'appelle Mimi    4:12
Géori Boué, sopraan
Orkest o.l.v. Gustave Cloez
78t 30 cm: Odeon 123.871   xxP 7394-1 / xxP 7395-1
Opname Parijs, 02-06-1943

Download mp3

zaterdag 8 april 2017

John Harrison, tenor: Händel (Gramophone, 1905)


In deze post een erg versleten plaat uit 1905 van de Engelse tenor John Harrison, die in zijn tijd wel de Engelse Caruso werd genoemd, maar dat is toch iets teveel eer.
Het begin van de plaat is vol ruis, daar moet je even doorheen luisteren.

Een uitgebreide biografie over John Harrison (27.02.1868 - 19.03.1929) is hier te vinden.
John maakte platen vanaf december 1902 t/m 1920. In 1906 deed hij mee aan een complete opname van The Mikado. 


Georg Friedrich Händel - "Judas Maccabeus": Sound and alarm    3:10
John Harrison, tenor (+ orkest)
78t 30 cm: G&T Gramophone Monarch 02057   876f
Opname Londen, 16-03-1905 

Download mp3

donderdag 30 maart 2017

Josef Mann: Odeon (1919)

Josef Mann met Barbara Kemp

Josef Mann (Lemberg, 24.02.1883 - Berlijn 05.09.1921): tenor. Studeerde rechten en vestigde zich als advocaat in Lemberg. Daarna zangstudie bij Kicki.
1910: debuut opera van Lemberg
1911-1918: Wiener Volksoper
1918-1921: grote successen bij de Staatsoper Berlin.
Gastrollen bij de Wiener Staatsoper (1912, 1915, 1920), Staatsoper München (1921), Frankfurt a.M. en Boekarest.
Stierf op 5 september 1921 op het podium van de Berliner Staatsoper tijdens een voorstelling van Aïda, waardoor hij een contract met de Metropolitan niet meer kon nakomen.

Op mijn blog LPs Opera en Klassiek staat een LP van Josef Mann, waar 2 van mijn platen ook op staan. 

Helaas heb ik alleen deel 2 van de aria uit "Die Königin von Saba", maar toch aardig om dat deel te kunnen horen. Op de scan van het label is de handtekening van Josef Mann in de matrijs mooi te zien.



1  Karl Goldmark - "Die Königin von Saba": part 2: Aus klären Fluten    4:07
    78t 30 cm: Odeon LXX 80907   xxB 6393-3

2  Fromental Halévy - "La Juive": Recha, als Gott dich einst    4:24
    78t 30 cm: Odeon LXX 80911   xxB 6406-2

3  Giuseppe Verdi - "Aïda": Holde Aïda    4:37
    78t 30 cm: Odeon LXX 80915   xxB 6403-2

Opnamen 1919

Download mp3

dinsdag 21 maart 2017

Hans Hotter: Bach Cantate no.82 (Columbia, 1950)


Hans Hotter (Offenbach am Main, 19.01.1909 - Grünwald, 08.12.2003): Duitse bas-bariton. Studeerde bij Matthäus Roemer in München, werkte als organist en koordigirent.
1930: operadebuut in Troppau
1931: Breslau
1932-1934: Praag
1934-1935: Hamburg
1937-1972: München. 
Na de 2e wereldoorlog grote internationale carrière, m.n. als vertolker van Wagner en R. Strauss, ook een groot liederen-zanger. 

Anthony Bernard (25.01.1891 - 06.04.1961): onechte zoon van bandleider Thomas Bidgood. Dirigent, pianist, organist en componist. Hij richtte het Londen Chamber Orchestra op.

Prachtige vertolking van m.i. één van Bach's mooiste aria's: Schlummert ein, om te huilen zo mooi vind ik dat. Zo mooi gezongen door Hans Hotter. 
Het is vandaag (21 maart) Bach's geboortedag, dus om hem te eren post ik deze prachtige opname. Bach componeerde deze cantate in 1727.



Johann Sebastian Bach: Cantate no.82: "Ich habe genug" BWV 82    25:35

Aria: Ich habe genug
Recitativo: Ich habe genug
Aria: Schlummert ein, ihr matten Augen
Recitativo: Mein Gott! wenn kömmt das schöne: Nun!
Aria: Ich freue mich auf meinen Tod

Hans Hotter, bariton
Philharmonia Orchestra o.l.v. Anthony Bernard
Geraint Jones, orgel
Sidney Sutcliffe, hobo

78t 30 cm: Columbia LX 8719-21 (automatische koppeling)
CAX 10768-1; 10769-1A; 10771-1; 10772-1; 10773-1A; 10770-3
Opname Londen, Abbey Road, 22-03-1950

vrijdag 17 maart 2017

Friedrich Schorr: Wagner (HMV, 1927)


Friedrich Schorr (Oradea, 02.09.1888 - Farmington, 14.08.1953): Oostenrijks-Hongaarse bas-bariton van Joodse afkomst. Een van de grootste Wagner- bas-baritonnen van de 20ste eeuw. Studeerde in Wenen.
1912-1916: Graz
1916-1918: Praag
1918-1923: Keulen
1923-1931: Staatsoper Unter den Linden, Berlijn
1924-1931: Covent Garden, Londen
1924-1943: Metropolitan New York
1925-1933: Bayreuth Festival
1931: Schorr emigreerde naar de Verenigde Staten.

De platen ruisen sterk, ik heb geprobeerd de ergste hagel weg te halen, maar je moet geen topkwaliteit verwachten.



Friedrich Schorr, bariton; Orkest Staatsoper, Berlijn o.l.v. Leo Blech
Richard Wagner:

1  "Die Meistersinger von Nürnberg": Verachtet mir die Meister nicht    5:55     
     HMV D 1354  (2-042038/2-042048)   CDR 4739-2 / CWR 1105-2
     Opname Berlijn, 04-07-1927;  07-09-1927

2  "Tannhäuser": O Du mein holder Abendstern    3:50

3  "Der fliegende Holländer": Wie aus der Ferne    3:58
     HMV D 1355  (2-042046/7)   CWR 1106-1 / CWR 1107-1
     Opname Berlijn, 07-09-1927

Download mp3

zondag 5 maart 2017

Emil Muench: Victor 1905 1907


Over tenor Emil Muench heb ik weinig gegevens kunnen vinden. Hij zingt in het Duits en was kennelijk een lange periode actief in Amerika. 

Voor Victor heeft hij van 1901-1907 en van 1915-1916 opgenomen; voor Columbia nam hij tussen 1901-1903 en van 1905-1907 platen op. Hij zong meer het populaire liedgenre, wat in het Vlaams zo mooi charmezanger genoemd wordt. Kijk hier voor een overzicht.

Wie meer weet over deze zanger mag aanvullen!
Helaas is plaatkant Victor 16797-A te slecht om hier te uploaden. 

Emil Muench, tenor (+ orkest):

1  Victor Ernst Nessler - "Der Trompeter von Säckingen": 
    Es hat nicht sollen sein    3:41
2  Das weiss ich nur allein (Carl Riegg)    3:44
    78t 30 cm: Victor 35032-A/B   C-2768-2 / C-2766-2
    Opname 26-09-1905

3  Schliess in dein Herz mich wieder ein (Wilhelm Aletter)    2:35
    78t 25 cm: Victor 16797-B   B-4776-1  

    Opname 08-08-1907

maandag 27 februari 2017

Mary Garden: Charpentier, Alfano (Victor, 1926)


Mary Garden (Aberdeen, 20.02.1874 - Inverurie, 03.01.1967): Schotse sopraan en ook een goede actrice. Ze studeerde o.m. bij Sarah Robinson-Duff (Chicago), vanaf 1896 in Parijs bij Lucien Fugère (1848-1935), Jacques Bouhy (1848-1929), Mathilde Marchesi (1821-1913) en Sybil Sanderson (1864-1903). Sanderson introduceerde haar bij Jules Massenet en bij Albert Carré, de directeur van de Opéra-Compque.


Mary Garden als Mélisande

1900-1907: Opéra-Comique. Zong o.m. de wereldpremière als Marie in La Marseillaise (Lucien Lambert, 1901) en als Diane in La fille de Tabarin (Gabriel Perné, 1901). Debussy koos haar voor de rol van Mélisande in Pelléas et Mélisande (1902). Verder de titelrol in de wereldpremière van La Reine Fiammette (Xavier Leroux, 1903)
1902-1903: zong in Londen, Covent Garden
1905: zong in Monte Carlo wereldpremière van Chérubin, een rol die Massenet speciaal voor haar gecomponeerd heeft.


Mary Garden als Aphrodite

1906: wereldpremière als Chrysis in Aphrodite (Camille Erlanger) bij de Opéra-Comique.
1907-1910: Manhattan Opera House
1910-1913: Chicago Grand Opera Company
1915-1921: Chicago Opera Association
1921-1922: directeur van de Chicago Opera Association, die daarna failliet ging. Ze produceerde in dat jaar de wereldpremière van De liefde voor drie sinaasappels (Prokofieff). 
1922-1931: directeur van de nieuw opgerichte Chicago Civic Opera, waar ze ook rollen zong. 
1934: trok zich terug van het operapodium. Werkte alks talentscout voor MGM, gaf lezingen, m.n. over Debussy. Gaf masterclasses en deed veel om jonge artiesten te stimuleren.


Mary Garden als Salomé

Ze maakte naar verhouding vrij weinig platen tussen 1903 en 1929: 6 Pathé wasrollen (ca. 1903), 4 G&T (met Debussy, piano), 3 Edison rollen (ca. 1904-1905), 11 Columbia (1911-1912), 12 Victor (1926-1927; 1929).
Verder maakte ze twee zwijgende films, met weinig succes: 
1917: "Thaïs" (Hugo Ballin, Frank Hall Crain)
1918: "The splendid sinner" (Edwin Carewe)

1951: haar autobiografie verscheen: Mary Garden's Story, waar veel onnauwkeurigheden in staan.

Franco Alfano (Posillipo, 08.03.1875 - San Remo, 27.10.1954): Italiaanse componist en pianist. Het bekendst omdat hij de onafgemaakte opera van Puccini, Turandot, heeft afgemaakt. 
Zelf componeerde hij 12 opera's. De aria, hier gezongen door Mary Garden, komt uit zijn derde opera "Risurrezione" (1904). 


1  Charpentier - "Louise": act 3: Depuis le jour    4:34
    Mary Garden, sopraan; 
    Francis J. Lapitino, harp
    Orkest o.l.v. Rosario Bourdon
    Opname Camden, New Jersey, 24-12-1926

2  Alfano - "Risurrezione": act 2: Dieu de grâce    3:39
    Mary Garden, sopraan
    Orkest o.l.v. Rosario Bourdon
    Opname Camden, New Jersey, 03.11.1926

78t 30 cm: Victrola 6623-A/B   CVE-36734-14 / CVE-36735-6

Download mp3

maandag 20 februari 2017

Lina Cavalieri 2: Bizet, di Capua (Columbia, 1910)

Lina Cavalieri als Carmen

Natalina "Lina" Cavalieri (Viterbo, 25.12.1874 - Florence, 07.02.1944): Italiaanse sopraan. Volgens haarzelf was ze "la donne piu bella del mondo" (de mooiste vrouw van de wereld). 
Het verhaal dat ze op haar 15e wees, naar een streng R.K. weeshuis moest, daar wegliep en meereisde met een theatergroep schijnt een fabel te zijn, maar ze had geen gemakkelijke jeugd en moest als oudste al een rol spelen in de opvoeding (haar moeder was wasvrouw) en werken. 



Ze werkte in het variété in Rome (Concerto delle Varieta), Wenen (Ronacher Theatre), Parijs (ca. 1895, Folies-Bergère) Londen (1897, Empire Theatre) en St. Petersburg. Volgens John Steane trouwde ze met de Russische prins Alexandre Bariatinsky (1870-1910?) maar verliet hem al snel, met medeneming van een deel van diens fortuin. Volgens Don Gillan stimuleerde de prins haar om de operakant op te gaan en zangles te nemen. Lina nam in Parijs zangles bij Blanche Marchesi (1863-1940) en in Milaan bij Maddalena Mariani-Masi (ca. 1850-1916). In 1900 was haar operadebuut in Lissabon (Pagliacci, als Nedda). De prins nam na 3 jaar de benen vlak na dit debuut in Lissabon, dat rampzalig verliep, Lina in wanhoop achterlatend. Of ze ooit getrouwd waren blijft volgens Gillan de vraag: volgens Lina wel, volgens de prins niet.



Ze zong vervolgens in Napels, Warschau en St. Petersburg. In Monte Carlo creëerde ze de rol van Ensoleidad in de oer-uitvoering van Chérubin (Massenet). In Parijs zong ze in 1905 met Enrico Caruso en Titta Ruffo. 
1906: debuut in de Metropolitan, waar ze ook met Caruso zong, en twee seizoenen bleef.
In 1909 opende ze een beauty-salon in New York en verkocht o.m. de Crème à la Cavalieri.
1909-1910: Manhattan Opera Company. 
Ze trouwde in 1910 met de artiest en multi-miljonair Robert Winthrop Chanler (1872-1930) en haalde hem over haar toegang tot zijn fortuin te geven. Tegen het eind van de huwelijksreis in Parijs was het huwelijk al voorbij. Nadat de scheiding in 1912 was uitgesproken was ze $75.000 rijker. Ze verliet de U.S.A. en had veel succes in Rusland en Oekraïne.
1913: Derde huwelijk met de Franse tenor Lucien Muratore. Dit huwelijk hield tot 1927 stand.



Nadat ze zich ca. 1914 terugtrok uit de opera had ze nog een carrière in de filmwereld. Ze speelde rollen in 8 films, o.a. Manon Lescaut (1914). Ook maakte ze 3 films met de Belgische regisseur Edward José (ca. 1880-1930). 
In 1919 trad ze weer op, samen met haar man, bij de Chicago Grand Opera Company en tourde met hem door de USA.
Ze leidde een keten van schoonheidssalons, schreef een boek: My secrets of beauty. 
Eind jaren '20 trouwde ze met haar 4e man, Paolo d'Arvanni (pseudoniem van Arnaldo Pavoni, schrijver), ging in Italië wonen en gaf zangles. Tijdens de 2e wereldoorlog werkte ze als vrijwillig verpleegster. Bij een geallieerd bombardement werden zij en haar man getroffen, omdat ze nog juwelen wilden pakken, maar op weg naar de schuilkelders werd hun dat fataal.

Bronnen:
Wikipedia
John Steane: The record of singing vol.1
Don Gillan


Lina Cavalieri heeft maar weinig platen opgenomen, voor Columbia (1910, 1913) en Pathé (1918), met elkaar ca. 18 plaatkanten.



1  Georges Bizet - "Carmen": Habanera    3:15
2  Eduardo di Capua: Maria! Mari!    3:52
Lina Cavalieri, sopraan (+ orkestbegeleiding)
78t 30 cm: Columbia A 5179   30372-1 / 30400-1
Opname New York, 01-03-1910 / 23-03-1910



Download mp3

woensdag 15 februari 2017

Margherita Salvi (Odeon, 1927-28)


Margherita Salvi (Madrid, 26.05.1897 - Santiago de Chile, 13.03.1981): Spaanse coloratuursopraan. Studeerde bij Avelina Carrera (Barcelona) en Torati (Milaan). 
1925: debuut in Florence als Gilda (Rigoletto)
1926: Teatro Colón, Buenos Aires, met veel succes
1926-1927; 1928, 1933: Italiaanse Opera, Nederland
1927: grote tournee door Duitsland
1929-1932; 1937: Opera van Chicago
1929: gastrollen bij opera van Monte Carlo
1931: gastoptreden in Budapest
1934: gastoptreden in Brussel, Munttheater
Getrouwd met de Spaanse dirigent en componist Federico Longás Torres (1893-1968).


Margherita Salvi en Federico Longás
Ze heeft plaatopnamen gemaakt voor Fonotipia (1924), HMV (1925), Parlophon/Odeon (1927-28) en Victor (1930), met elkaar ca. 34 uitgebrachte titels.

Ik heb 3 30 cm 78t.platen van haar, alle met dirigent Frieder Weissmann, die geschikt zijn om hier te posten. De platen zijn veel gedraaid, dus m.n. in sommige hoge passages hoor je dat de groeven wat uitgesleten zijn. Niettemin interessant genoeg om deze relatief onbekende coloratuurzangeres eens voor het voetlicht te halen.


1  Rossini - "Il barbiere di Siviglia": Una voce poco fa    6:39
    Odeon O-8328 a/b   xxB 7841/2
    Opname Berlijn, 11-11-1927

2  F. Orejón; I. Vaguez tekst: Por un pajaro    3:13
3  Benedict: Il carnevale di Venezia    3:25
    Odeon O-8339 a/b   xxB 7840/5
    Opname Berlijn, 15-11-1927

4  Meyerbeer - "Dinorah": Ombra leggiera    4:12
5  Delibes - "Lakmé": Dov'è l'Indiana bruna?    3:50
    Odeon O-8340 a/b  xxB 8000/7999
    Opname Berlijn, 14-03-1928

Margherita Salvi, sopraan
Mitglieder der Staatskapelle, Berlin o.l.v. Frieder Weissmann