maandag 27 februari 2017

Mary Garden: Charpentier, Alfano (Victor, 1926)


Mary Garden (Aberdeen, 20.02.1874 - Inverurie, 03.01.1967): Schotse sopraan en ook een goede actrice. Ze studeerde o.m. bij Sarah Robinson-Duff (Chicago), vanaf 1896 in Parijs bij Lucien Fugère (1848-1935), Jacques Bouhy (1848-1929), Mathilde Marchesi (1821-1913) en Sybil Sanderson (1864-1903). Sanderson introduceerde haar bij Jules Massenet en bij Albert Carré, de directeur van de Opéra-Compque.


Mary Garden als Mélisande

1900-1907: Opéra-Comique. Zong o.m. de wereldpremière als Marie in La Marseillaise (Lucien Lambert, 1901) en als Diane in La fille de Tabarin (Gabriel Perné, 1901). Debussy koos haar voor de rol van Mélisande in Pelléas et Mélisande (1902). Verder de titelrol in de wereldpremière van La Reine Fiammette (Xavier Leroux, 1903)
1902-1903: zong in Londen, Covent Garden
1905: zong in Monte Carlo wereldpremière van Chérubin, een rol die Massenet speciaal voor haar gecomponeerd heeft.


Mary Garden als Aphrodite

1906: wereldpremière als Chrysis in Aphrodite (Camille Erlanger) bij de Opéra-Comique.
1907-1910: Manhattan Opera House
1910-1913: Chicago Grand Opera Company
1915-1921: Chicago Opera Association
1921-1922: directeur van de Chicago Opera Association, die daarna failliet ging. Ze produceerde in dat jaar de wereldpremière van De liefde voor drie sinaasappels (Prokofieff). 
1922-1931: directeur van de nieuw opgerichte Chicago Civic Opera, waar ze ook rollen zong. 
1934: trok zich terug van het operapodium. Werkte alks talentscout voor MGM, gaf lezingen, m.n. over Debussy. Gaf masterclasses en deed veel om jonge artiesten te stimuleren.


Mary Garden als Salomé

Ze maakte naar verhouding vrij weinig platen tussen 1903 en 1929: 6 Pathé wasrollen (ca. 1903), 4 G&T (met Debussy, piano), 3 Edison rollen (ca. 1904-1905), 11 Columbia (1911-1912), 12 Victor (1926-1927; 1929).
Verder maakte ze twee zwijgende films, met weinig succes: 
1917: "Thaïs" (Hugo Ballin, Frank Hall Crain)
1918: "The splendid sinner" (Edwin Carewe)

1951: haar autobiografie verscheen: Mary Garden's Story, waar veel onnauwkeurigheden in staan.

Franco Alfano (Posillipo, 08.03.1875 - San Remo, 27.10.1954): Italiaanse componist en pianist. Het bekendst omdat hij de onafgemaakte opera van Puccini, Turandot, heeft afgemaakt. 
Zelf componeerde hij 12 opera's. De aria, hier gezongen door Mary Garden, komt uit zijn derde opera "Risurrezione" (1904). 


1  Charpentier - "Louise": act 3: Depuis le jour    4:34
    Mary Garden, sopraan; 
    Francis J. Lapitino, harp
    Orkest o.l.v. Rosario Bourdon
    Opname Camden, New Jersey, 24-12-1926

2  Alfano - "Risurrezione": act 2: Dieu de grâce    3:39
    Mary Garden, sopraan
    Orkest o.l.v. Rosario Bourdon
    Opname Camden, New Jersey, 03.11.1926

78t 30 cm: Victrola 6623-A/B   CVE-36734-14 / CVE-36735-6

Download mp3

maandag 20 februari 2017

Lina Cavalieri 2: Bizet, di Capua (Columbia, 1910)

Lina Cavalieri als Carmen

Natalina "Lina" Cavalieri (Viterbo, 25.12.1874 - Florence, 07.02.1944): Italiaanse sopraan. Volgens haarzelf was ze "la donne piu bella del mondo" (de mooiste vrouw van de wereld). 
Het verhaal dat ze op haar 15e wees, naar een streng R.K. weeshuis moest, daar wegliep en meereisde met een theatergroep schijnt een fabel te zijn, maar ze had geen gemakkelijke jeugd en moest als oudste al een rol spelen in de opvoeding (haar moeder was wasvrouw) en werken. 



Ze werkte in het variété in Rome (Concerto delle Varieta), Wenen (Ronacher Theatre), Parijs (ca. 1895, Folies-Bergère) Londen (1897, Empire Theatre) en St. Petersburg. Volgens John Steane trouwde ze met de Russische prins Alexandre Bariatinsky (1870-1910?) maar verliet hem al snel, met medeneming van een deel van diens fortuin. Volgens Don Gillan stimuleerde de prins haar om de operakant op te gaan en zangles te nemen. Lina nam in Parijs zangles bij Blanche Marchesi (1863-1940) en in Milaan bij Maddalena Mariani-Masi (ca. 1850-1916). In 1900 was haar operadebuut in Lissabon (Pagliacci, als Nedda). De prins nam na 3 jaar de benen vlak na dit debuut in Lissabon, dat rampzalig verliep, Lina in wanhoop achterlatend. Of ze ooit getrouwd waren blijft volgens Gillan de vraag: volgens Lina wel, volgens de prins niet.



Ze zong vervolgens in Napels, Warschau en St. Petersburg. In Monte Carlo creëerde ze de rol van Ensoleidad in de oer-uitvoering van Chérubin (Massenet). In Parijs zong ze in 1905 met Enrico Caruso en Titta Ruffo. 
1906: debuut in de Metropolitan, waar ze ook met Caruso zong, en twee seizoenen bleef.
In 1909 opende ze een beauty-salon in New York en verkocht o.m. de Crème à la Cavalieri.
1909-1910: Manhattan Opera Company. 
Ze trouwde in 1910 met de artiest en multi-miljonair Robert Winthrop Chanler (1872-1930) en haalde hem over haar toegang tot zijn fortuin te geven. Tegen het eind van de huwelijksreis in Parijs was het huwelijk al voorbij. Nadat de scheiding in 1912 was uitgesproken was ze $75.000 rijker. Ze verliet de U.S.A. en had veel succes in Rusland en Oekraïne.
1913: Derde huwelijk met de Franse tenor Lucien Muratore. Dit huwelijk hield tot 1927 stand.



Nadat ze zich ca. 1914 terugtrok uit de opera had ze nog een carrière in de filmwereld. Ze speelde rollen in 8 films, o.a. Manon Lescaut (1914). Ook maakte ze 3 films met de Belgische regisseur Edward José (ca. 1880-1930). 
In 1919 trad ze weer op, samen met haar man, bij de Chicago Grand Opera Company en tourde met hem door de USA.
Ze leidde een keten van schoonheidssalons, schreef een boek: My secrets of beauty. 
Eind jaren '20 trouwde ze met haar 4e man, Paolo d'Arvanni (pseudoniem van Arnaldo Pavoni, schrijver), ging in Italië wonen en gaf zangles. Tijdens de 2e wereldoorlog werkte ze als vrijwillig verpleegster. Bij een geallieerd bombardement werden zij en haar man getroffen, omdat ze nog juwelen wilden pakken, maar op weg naar de schuilkelders werd hun dat fataal.

Bronnen:
Wikipedia
John Steane: The record of singing vol.1
Don Gillan


Lina Cavalieri heeft maar weinig platen opgenomen, voor Columbia (1910, 1913) en Pathé (1918), met elkaar ca. 18 plaatkanten.



1  Georges Bizet - "Carmen": Habanera    3:15
2  Eduardo di Capua: Maria! Mari!    3:52
Lina Cavalieri, sopraan (+ orkestbegeleiding)
78t 30 cm: Columbia A 5179   30372-1 / 30400-1
Opname New York, 01-03-1910 / 23-03-1910



Download mp3

woensdag 15 februari 2017

Margherita Salvi (Odeon, 1927-28)


Margherita Salvi (Madrid, 26.05.1897 - Santiago de Chile, 13.03.1981): Spaanse coloratuursopraan. Studeerde bij Avelina Carrera (Barcelona) en Torati (Milaan). 
1925: debuut in Florence als Gilda (Rigoletto)
1926: Teatro Colón, Buenos Aires, met veel succes
1926-1927; 1928, 1933: Italiaanse Opera, Nederland
1927: grote tournee door Duitsland
1929-1932; 1937: Opera van Chicago
1929: gastrollen bij opera van Monte Carlo
1931: gastoptreden in Budapest
1934: gastoptreden in Brussel, Munttheater
Getrouwd met de Spaanse dirigent en componist Federico Longás Torres (1893-1968).


Margherita Salvi en Federico Longás
Ze heeft plaatopnamen gemaakt voor Fonotipia (1924), HMV (1925), Parlophon/Odeon (1927-28) en Victor (1930), met elkaar ca. 34 uitgebrachte titels.

Ik heb 3 30 cm 78t.platen van haar, alle met dirigent Frieder Weissmann, die geschikt zijn om hier te posten. De platen zijn veel gedraaid, dus m.n. in sommige hoge passages hoor je dat de groeven wat uitgesleten zijn. Niettemin interessant genoeg om deze relatief onbekende coloratuurzangeres eens voor het voetlicht te halen.


1  Rossini - "Il barbiere di Siviglia": Una voce poco fa    6:39
    Odeon O-8328 a/b   xxB 7841/2
    Opname Berlijn, 11-11-1927

2  F. Orejón; I. Vaguez tekst: Por un pajaro    3:13
3  Benedict: Il carnevale di Venezia    3:25
    Odeon O-8339 a/b   xxB 7840/5
    Opname Berlijn, 15-11-1927

4  Meyerbeer - "Dinorah": Ombra leggiera    4:12
5  Delibes - "Lakmé": Dov'è l'Indiana bruna?    3:50
    Odeon O-8340 a/b  xxB 8000/7999
    Opname Berlijn, 14-03-1928

Margherita Salvi, sopraan
Mitglieder der Staatskapelle, Berlin o.l.v. Frieder Weissmann

donderdag 9 februari 2017

Maggie Teyte: Selected songs & Opera (Gramophone Shop, 1947)


Een prachtig album van de legendarische sopraan Maggie Teyte (Wolverhampton, 17.04.1888 - Londen, 26.05.1976): eigenlijke naam Margaret Tate. Engelse sopraan. Opgeleid aan de Royal School of Music, Londen. 
1904: nam les bij de beroemde tenor Jean de Reszke (1850-1925) in Parijs.
1906: zong Cherubino in La nozze de Figaro en Zerlina in Don Giovanni, beide o.l.v. Reynaldo Hahn, in Parijs.
1907: officiële professionele debuut in Monte Carlo, als Tyrcis in Myriame et Daphné (André Bloch, bewerking van Offenbach's Daphnis et Chloé), met Ignace Jan Paderewski.
1908-1910: Opéra-Comique, veranderde haar naam in Teyte i.p.v. Tate.
Studeerde de rol van Mélisande samen met Debussy in diens opera Pelléas et Mélisande, met sensationeel succes. Debussy begeleidde haar ook op de piano op liederenavonden.
1909-1915: huwelijk met de Franse advocaat Eugene de Plumon
1910-1911; 1914; 1922-1923; 1936-1937: Covent Garden
1911-1914: Opera van Chicago
1914-1917: Opera van Boston

1921-1931: tweede huwelijk met de Canadese miljonair Walter Sherwin Cottingham. Trok zich tot 1930 grotendeels terug van het podium.
1930: zong als Mélisande in Pelléas et Mélisande, en Cio-Cio-San in Madame Butterfly.
Het lukte niet haar carrière nieuw leven in te blazen, ze zong uiteindelijk music hall, musicals en operettes in het Victoria Palace, Londen
1936: nam Debussy-liederen op met Alfred Cortot, piano. Sindsdien een hernieuwde carrière als vertolkster van de Franse liedkunst.
1948: eerste optreden in New York, zong o.m. haar glansrol, Mélisande
1951: trok zich terug van het opera-podium
1956: laatste concert, in de Royal Festival Hall, Londen
Wijdde zich daarna aan lesgeven.
1958: werd in de adelstand verheven: Dame. Ze schreef haar autobiografie: Star on the door.

Maggie Teyte heeft enkele rollen gecreëerd:
1908: Circé (Hillemacher): rol van Glycère
1923: The perfect Fool (Gustav Holst): rol van de Prinses.


De opnamen van dit liederen-album zijn gemaakt in Londen, door His Master's Voice.

Gramophone Shop Celebrities vol.3

Claude Debussy - "Pelléas et Mélisande": 
01  Act 1, scène 2: La lettre    3:16
      Opname Londen, 05-10-1947
02  Act 4, scène 4: fontein duet: Tu ne sais pas pourquoi il faut que je m'éloigne    4:39
      Opname Londen, 26-10-1947
78t 30 cm: Gramophone Shop GSC.21  2EA.12376-1 / 2EA.12455-1

Gabriel Fauré:
03  a: La lune blanche luit dans les bois op.61 no.3 (tekst: Paul Verlaine)    
03  b: J'ai presque peur, en vérité op.61 no.5 (tekst: Paul Verlaine)    4:09
      Opname Londen, 05-10-1947   
Maurice Ravel: 
04  a: Le martin-pêcheur (tekst: Jules Renard)
04  b: D'Anne jouant de l'espinette (tekst: Clement Marot)    4:13
      Opname Londen, 05-10-1947
78t 30 cm: Gramophone Shop GSC.22  2EA.12375-1 / 2EA.12455-1

Reynaldo Hahn - "Mozart" (tekst: Sacha Guitry)
05  Act 1, no.3: Être adoré    4:02
06  Act 3 no.12: Adieu    4:16
      Opname Londen, 11-10-1947
78t 30 cm: Gramophone Shop GSC.23  2EA.12409-2 / 2EA.12410-2

Franz Liszt:
07  Oh! Quand je dors (tekst: Victor Hugo)    4:04
      Opname Londen, 26-10-1947
Pjotr I. Tchaikovsky: 
08  Les larmes op.65 no.5 (tekst: Paul Collin)    2:08
      Opname Londen, 26-10-1947
78t 30 cm: Gramophone Shop GSC.24  2EA.12453-1 / 2EA.12454-2

Maggie Teyte, sopraan
Gerald Moore, piano
Totale tijd:  31:27


Download mp3